background

Press

2022 mar NL - Up Close And Personal

UP CLOSE AND PERSONAL: ROOD ADEO
 
In een tijd waarin alles voor het oprapen lijkt, heb je er altijd een paar die door blijven zoeken naar iets van echte waarde. Zo ook Rood Adeo, die voor iedere song het ideeënrijk net zo lang opschudt tot er iets naar beneden dwarrelt dat waardevol genoeg is om er gestalte aan te geven. Die ingevingen treffen het, als ze in handen vallen van onbegrensde songwriters als Adeo; woord- en toonkunstenaars die zich nooit door één muziekstijl hebben laten vangen en die geen enkele kneedvorm schuwen.
Adeo’s nieuwste album, Worn Love, is dan ook een zeldzaam excentrieke plaat. Eentje die ons uit de comfortzone trekt, maar tegelijkertijd gezelschap biedt op die plek, waar we ons het meest eenzaam voelen en toch het meest onszelf zijn: in het diepst van onze gedachten. Krek wat we nodig hebben. Dat dit onalledaagse album niet ver van de boom gevallen is, bleek opnieuw uit onze tweede up close and personal met Rood Adeo.
 
Hoe is het om weer in een theater te zijn?
‘Onwerkelijk. Alsof de dwangbuis tijdelijk af mag. Vooral omdat het in dit theater (Het Beauforthuis in Austerlitz, red.) voor mij een soort thuiskomen is.’
 
En hoe is het om in deze tijd een album uit te brengen?
‘Een opluchting, na anderhalf jaar uitstel. Dingen die af zijn, maar op de plank blijven liggen, zijn een pain in the ass.
‘Van de andere kant bood die lockdown ruimte voor projecten waar ik anders de tijd niet voor had genomen. Daardoor is mijn focus dit album al een heel eind gepasseerd. Pas als de theaters weer open kunnen, zal blijken of de houdbaarheidsdatum van Worn Love voor mij al overschreden is of niet.’
 
Voor we ‘Worn Love’ aanstippen, waarom besloot jij 25 jaar geleden de muziek in te gaan?
‘Dat was niet echt een besluit. Maar van alle roepingen bleven muziek en tekst het hardst en langst schreeuwen.’
 
En hoe klinkt een roeping?
‘Als een kampvuur op een donkere, koude decemberhei. En als champagnekurken op een nazomermiddagwei.’
 
Wat doet een roeping met je?
‘Die splijt je binnenste in tweeën, in een donkere en een lichte helft. Waardoor je je op de ene plek ontheemd gaat voelen, en op andere juist niet. Muziek voelde voor mij altijd als een juiste bestemming.’
 
Wat waren de onjuiste bestemmingen?
‘Alles waar ziel en zaligheid niet in past.’
 
Zoals?
‘Plekken waar efficiënter, sneller, beter, handiger of goedkoper de adagia zijn. Waar de collectieve fictie de werkelijkheid heeft weggedrukt. Waar niets te ontdekken valt, alleen maar dingen worden verzonnen.’
 
Muziek wordt toch ook door de mens verzonnen?
‘Dat gebeurt, ja. Maar dat is niet nodig. Muziek is nou net een van de weinige vormen waarin de werkelijkheid zich aan ons kan openbaren. Als je daarin een beetje op ontdekking gaat en er wat aandacht aan schenkt, hoeft er niets verzonnen te worden. Dan is het meer cadeautjes uitpakken.’
 
Leg dat eens uit.
‘Vergelijk het met de wiskunde. In de wiskunde worden relaties tussen getallen niet verzonnen, die worden ontdekt. Die verbanden zijn er al vóór iemand ze aantoont.
‘Net als de wilde bloemen in die vaas. Die waren er ook al voordat iemand ze plukte. Zo kun je songs ook plukken.
‘Doodordinaire wildplukkers zijn het, die songwriters. Overigens kunnen ze de meeste songs beter laten staan. Dan groeit er volgend jaar nog wat.’
 
Nog even terug op die roeping. Hoe gaf jij gehoor aan jouw roeping?
‘Door zo min mogelijk interesse te faken voor alles dat geen licht brengt. En door zoveel mogelijk aandacht te hebben voor alles dat dat wel doet.’
 
En ging jou dat makkelijk af?
‘Dat ging, of gaat, nogal vanzelf. Ik zou niet anders kunnen. Die roeping gaat namelijk niet meer weg. Ik zou ’m kunnen ontkennen, maar niet on-weten.
‘Maar je praat over een roeping alsof het een god gegeven geschenk zou zijn.’
 
Niet dan?
‘Dat lijkt me toch niet. Ik zie een roeping eerder als een soort crystal meth. De oorzaak van je persoonlijke zondeval. Als je haar eenmaal gehoord hebt, is het gedaan met de onwetendheid en verjaag je jezelf uit de Hof van Eden. In je blote tokus nog wel.’
 
Dat klinkt religieus. Ben je dat?
‘Nee, ik blijf liever verbaasd. En al was ik het, dan zou ik dat niet in een clubje willen vieren. Clubjes bijten meestal de enige reden kapot waarom ze überhaupt bij elkaar kwamen.’
 
Voel jij je in spiritueel opzicht wel ergens verwant aan?
‘Ja, aan nachtmotten. Omdat die zonder enkele opgaaf van redenen naar het licht vliegen als het donker wordt – vals licht of niet. Ze zijn ervan overtuigd dat achter ieder dwaallicht een oprecht hemellichaam schijnt. Motten geven dan ook een hele andere betekenis aan de woorden waarschijnlijk en onwaarschijnlijk.’
 
Een metafoor voor de samenleving?
‘Allicht. All light, haha! Zonder alle valse lichtjes heeft de hele mallemolen toch geen enkele aantrekkingskracht? We zijn allemaal Pinokkiootjes. Pooiertje Stromboli verleidt ons met mooi glinsterende vooruitzichten: diploma’s, een statusbaan, een droomhuis, een six-pack, een bimbo en Jeremy Clarkson. Dus kopen we een kaartje, laten ons wat misselijk draaien en proberen daarna een leven lang uit te vissen waarom we niet naar de Blauwe Fee hebben geluisterd.’
 
Kun jij door de muziek aan de mallemolen ontsnappen?
‘Nee hoor. Via het riool ontsnappen, à la Tim Robbins in The Shawshank, gaat niet lukken. Ik ken maar één strontpijp, die níet in de mallemolen uitkomt.’
 
Waar dan?
‘Aan de overkant van de Styx, tenzij jij nog een andere weet.
‘Maar het zou al verrekte aardig zijn, als al dat escapisme overbodig werd. Als de vaart der volkeren wat meer een aantrekkende werking zou krijgen, in plaats van een afstotende.’
 
Wat biedt muziek jou wél?
‘Van alle pogingen om aan de geestdodende mallemolen te ontsnappen, bezitten de kunsten toch de grootste waarde. Op z’n minst leveren ze een bewijs dat de mens meer kan zijn dan een verstorende factor. Dat de reden waarom we hier rondlopen, best wel eens een goede reden zou kunnen zijn.
‘Muziek en tekst zijn één van de weinige tools waarmee ik mijn relatie met het grotere geheel in stand kan houden.’
 
Op welke manier?
‘Muziek kan appelleren aan het deel van onszelf dat werkelijk is. Uiteindelijk ben ikzelf, wij allemaal, net zozeer onderdeel van het werkelijke, grotere geheel als de natuur, wiskunde en muziek. We hebben alleen de neiging het te vergeten, vanaf het moment dat ons ego in elkaar geflanst wordt. Dat vervuilde bewustzijn – het ego met z’n perverse drijfveren, stuwt de collectieve waanzin als een vetlaag naar boven. Waarmee de werkelijkheid steeds dieper onder de oppervlakte belandt. Steeds verder het onbewustzijn in.
‘Muziek kan hem weer bovenkrijgen en tegen het bewustzijn laten schuren. De vonken die daarbij vanaf springen, zijn onze emoties. Die overkomen ons, we sturen ze niet. Toch kunnen ze door geluid getriggerd worden. Als songwriter kets je tekst en muziek tegen elkaar, in de hoop dat er een vonk afknalt. Een quest for fire.’
 
Komen we toch terug bij spiritualiteit. Wat is voor jou dat ‘grotere geheel’?
‘Met de vergaarbakterm ‘spiritualiteit’ kan ik niet veel, maar met het grotere geheel bedoel ik alles dat zich búiten de collectieve fictie bevindt. De werkelijkheid. Niks nieuws, dus. Maar het is in onze tijd niet eenvoudig om die werkelijkheid, het geheel, te ervaren. De massive overload aan zinloze constructen en aannames hebben de neiging om het uitzicht – of inzicht – te blokkeren.
‘Maar je kunt er nog wel een glimp van opvangen. Je hoeft de stad maar uit te lopen om je te realiseren dat búiten de collectieve fictie alles volmaakt is. De natuur lijkt me wel de meest directe uiting van de werkelijkheid. En juist de perfectie ervan, toont aan hoe verminkt onze eigen beweegredenen zijn en in welke richting ons bewustzijn zich ook zou kunnen bewegen.’
 
Wat als de werkelijkheid niet meer boven komt drijven?
‘Goeie vraag. Welk verband is er tussen het ontkennen van de werkelijkheid en het menselijk lijden? Is ons verstorende ego de oorzaak van het latente gevoel Eden uit te zijn geschopt? Dat we verstoten zijn uit de werkelijkheid?
‘Het zou verklaren waarom we het enige wezen op deze planeet zijn dat zich compleet irreëel gedraagt. Dat gedrag vertoont, waarvan het weet dat het destructief is voor een ander en zijn eigen habitat. Als party crashers, die de bruiloft verneuken door in een hoekje plastic zakjes aan te steken.’
 
Hoe voorkom je een vervuild ego?
‘Er is moeilijk aan te ontkomen. Het begint al voordat je in staat bent het tegen te houden. Vierplussers in groep één hebben er ’s ochtends al een zware dobber aan om een ieniemienie stukje werkelijkheid om te smelten tot een laagje opgelegde persoonlijkheid. Met welk onduidelijk doel? Om later een zinloze bijdrage te kunnen leveren aan het fictieve treurspel? Door de groeiende irrealiteit van het maatschappelijke bal masqué worden de maskers steeds grilliger.’
 
Jij hebt een aantal jaar neuropsychologie gestudeerd. Beïnvloedt dat jouw kijk op geestelijk leed?
‘Vast wel ergens. Maar je hebt echt geen expertise nodig om fundamenteel wantrouwen van een kindergezicht af te kunnen lezen. Of om de apathie van een teleurgestelde volwassene in te kunnen voelen.
‘Toon mij uw volle winkelstraat en ik vertel u wie veel liever een andere baan zou willen hebben. Eén op de vijf heeft een burn-out en hooguit één op de tien houdt zich bezig met iets dat-ie echt zinnig vindt. Het is dus maar hopen, dat reïncarnatie tot de mogelijkheden behoort.’
 
Waarom leggen we ons er dan bij neer?
1984? Chronische massahysterie? Het is vreemd, want er is niemand die nog overtuigd hoeft te worden van het feit dat we in alle opzichten een veel te hoge prijs betalen om onze persona en alle georganiseerde bullshit in stand te houden.
‘Quasi vrijheid in de file, maar slaaf van een irreële economie die alleen nog draait op exorbitant consumentisme. Stierenschijt is een eufemisme. Ieder pak melk voelt op z’n klompen aan dat dit alles een dodelijk effect op ons leefmilieu en geestelijk welzijn heeft. We nemen iedere dag allemaal de hele DSM-5 aan geestelijk leed voor lief: van zinloosheid, depressiviteit en verslaving tot kinderen van zes die zonder psychofarmaca de dag niet doorkomen.
‘En zo kunnen we de hele dag doorzeiken. Als het grotere geheel, de werkelijkheid ontkent wordt, zullen we blijven dulden dat de Keizer Zonder Kleren het sceptertje zwaait. Ook in z’n dikke blote tokus dus.’
 
Waardoor is de breuk met de werkelijkheid volgens jou ooit ontstaan?
‘Door hoogmoed. En alle andere perverse prikkeltjes. Voor de communiezieltjes onder ons: die zes andere hoofdzonden. Was het de Boom der Kennis? De Boom van Goed en Kwaad? Who cares? Het gaat erom, dat we nu onderhand wel weten hoe het niet moet en wel kan. Omdat we allemaal in het geweldige tijdvak leven waarin we de geschiedenis voor onze neus kunnen zien afspelen.
‘Aan de ene kant valt er heel wat te juichen. De overwinningen op inperkingen van de zogenaamde vrijheid. Hoera. De adel is een kopje kleiner gemaakt, dictators werden afgezet, geloof is voor bejaarden en idealen alleen nog nuttig voor filmscripts van Marvel. Aan de andere kant zien we de collectieve twijfel. Wat moeten we met die achtergebleven hiaten, met al die vrijheid?
‘Gauw opvullen, met consumentisme en decadente hobby’s. De schijn van eigenwaarde moet toch ergens aan ontleend worden? Desnoods aan milieuverontreinigende, zelfopgelegde doelen. Gadgets, widgets, kookcursussen, cruisevaartjes en woonboulevardjes. De Truman Show ten voeten uit. Nog effe en we beseffen niet eens meer wat we missen. Waar we de connectie met de werkelijkheid, het grotere geheel, verloren hebben.’
FIFA, Covid, COO. KiKa, fifo, fomo. Groei daar als kind maar eens in op, zonder de werkelijkheid te verliezen. ’t Is al knap als een kind niet midden in z’n eigen midlifecrisis geboren wordt.’
 
Hebben we keus? Bezit de mens volgens jou over een vrije wil?
‘Haha, die vraag is vast voor het eerst gesteld door een kinderloze filosoof zonder honger. Ik heb het vermoeden dat hooguit ikzelf het obstakel vorm op de weg naar een vrije wil. Daarom pareer ik de vraag met een tegenvraag: hoe vrij wílt de mens zijn?
‘Het is mij in vijftig jaar opgevallen dat de mens zich liever laat determineren door beeldschermen en apps dan door het lot, religie, natuurwetten of zichzelf. De kudde laat zich gewillig leiden door de meute hondsdolle geeks, die met quasi artificial intelligence de macht van Laplace’s demon in handen proberen krijgen.
‘Maar mocht er wel degelijk een groter voorbestemd plan zijn, dan lijkt de vrije wil op z’n minst één van de doelstellingen ervan te zijn. Als dat niet het geval is, dan geniet ik niet minder van de illusie van keuzevrijheid. Een weg vinden die bij je past in de tijd die je nog hebt, is een bevredigende zoektocht. En als je je niet te veel aan laat leunen door je eigen of andermans wil, heb je nog een aardig uitzicht ook.
Ge het ut, zoals ge ut makt, zeggen ze bij ons. Daar zit wat in. Vrije wil of niet.’
 
Waar zoek jij naar?
‘Naar kruimels van het grotere geheel. Naar verbinding met de ander, de natuur, de muziek en het onbewustzijn. Om achter de horizon van het ego en de collectieve gekte te komen. Achter die grenzen vormen tijd en ruimte geen gevangenis.’
 
Belanden we bij je nieuwe album Worn Love . Is daar het grotere geheel op te horen?
‘Ha, wie wat vindt, heeft slecht gezocht, zei Kopland. Voor mij zijn de songs snapshots van de queeste.’
 
Is dat voor jou afdoende?
‘Ja. Het gaat mij om zoektocht zelf. Het zoeken is oprecht mijn eigen verdienste, iets vinden totaal niet. De momenten die mij op het album het meest bevallen zullen voornamelijk serendipiteiten zijn.’
 
Serendipiteit is toch ook maar een modewoord voor mensen die eigenlijk niet weten waar ze me bezig zijn?
‘Niemand weet waar-ie nou werkelijk mee bezig is. Ik ben bang dat alles dat waarde heeft, een serendipiteit is. Daarom moet ik van tevoren niet weten, waar ik naar op zoek ben. Zou ik dat wel weten, dan zoek ik dus voor niks. Op de verkeerde plekken, met de verkeerde bril op.’
 
Wat wil je met jouw teksten en muziek bereiken?
‘Daar heb ik geen omlijnd doel mee voor ogen. Ik pluk ze, en wens dat een ander er iets aan heeft. Het biedt mij heel veel om ervaringen, ingevingen en inzichten zo te kneden dat muziek ermee aan de haal kan gaan.’
 
Wat betekent succes voor jou?
‘Als je maatschappelijk succes bedoelt, dan is het iets dat ik niet nastreef. Maatschappelijk succes is omgekeerd evenredig aan innerlijke groei. Het consolideren van inkomsten bepaalt altijd in zekere mate je richting. Daardoor heeft het inherent ook conservatieve gevolgen. Zolang de olie stroomt, ga je niet op zoek naar een nieuwe bron.
‘Persoonlijk succes bestaat voor mij uit de momenten waarop mijn zijn samenvalt met het grotere geheel. Als een sleutel die in het slot past. Dat zit ’m in de kleine dingetjes, maar I’m a sucker voor die momenten. Die voeden de ziel.’
 
Schrijf jij daarom over en voor ziel, voor de psyche?
‘Ik weet niet waar je anders over of voor zou kunnen schrijven. Maar ik ben wel fan van de menselijke psyche. Het beste cadeau ooit. Eén vaag gebied dat ons volledig boven de pet gaat. Een geheimzinnige kist, waarin alle schaakstukken nog kleur- en rangloos afwachten. Waarbinnen alles nog verweven is: donker en licht, zwart en wit, liefde en haat, chaos en orde, hoop en wanhoop. Waar waarden en normen de richting niet bepalen en het tóch verrekte comfortabel kan zijn.
‘Heel anders dan de collectieve fictie, of niet? Onze individuele psyche heeft veel meer overeenkomsten met de muziek en de werkelijkheid dan wat we projecteren.’
 
Er zit een rauwheid in jouw muziek. Vormt de rauwe kant van het bestaan voor jou een bron van inspiratie?
‘Het is iets waar ik niet omheen kan, dus neemt het plek in mijn werk in. Extremen lenen zich goed om een langer verhaal gecondenseerd te vertellen. The dirt en de echte schoonheid geven je de meest geconcentreerde ingrediënten om een groter verhaal te vertellen.’
‘Wat niet betekent dat die rauwheid voor mij per sé vertaald hoeft te worden in heftige muziek. Het rauwe zit ’m vaak juist in iets kleins.’
 
Worn Love vormt met jouw vorige album Voluntary Intakes een tweeluik. Hoe dat zo?
‘Beide albums zijn opgebouwd uit eerder uitgebracht werk, live-opnamen en nieuw werk. Omdat de tracklist van Voluntary Intakes op voorhand invloed had op de tracklist van Worn Love, beschouw ik ze liever als één geheel.’
 
Wat was de gedachte achter dit album?
‘Geen. Geen enkele gedachte bij. Noppes, nada. Ik heb gewoon braaf gedaan wat mij gevraagd is. Onze Indiase afdeling marketing leverde het businessmodel, een plan van aanpak en de worksheets aan, waardoor ik de boel er alleen nog maar in hoefde te laten lopen. Volgens mij was de werktitel voor dit album ‘Songs voor de moderne Zakenman, of -Vrouw, die geen Tijd heeft om ze Zelf te schrijven’. Of zoiets.
‘Daar zijn we wonder boven wonder in geslaagd. Ik sprak een snelle jongen op de Zuidas en die zei meteen: ‘Dit zou ikzelf nooit geschreven hebben!’ Kijk, dan weet je als songwriter waar je het voor doet. Het is dankbaar werk. Het scheelt die drukke gasten toch een boel rompslomp.
‘Dit album was ook een grotere uitdaging dan het vorige. Dat was bedoeld voor Chilenen met een auditieve beperking. Daar heb ik heel weinig reactie op gekregen.’
 
Teleurstellend. Maar ik ga de vraag toch herhalen: wat was de gedachte achter Worn Love?
‘Alle perikelen rondom het coronavirus riepen steeds meer vragen op over de waarde van het leven. In combinatie met alle fuss over fake news, begon ‘oprechtheid’ steeds meer een issue te worden. Echt licht versus vals licht.
‘Het valt nog niet mee om de werkelijke waarde van een leven – of van waardevolle zaken – vast te stellen. Na je dood komen nabestaanden vast en zeker goedbedoeld met een totaalsom op de proppen, maar voor dat onvolledige natte vingerwerk koopt een mens tíjdens zijn leven geen reet. Je moet de dorpsfanfare ook niet vragen om de Negende Symphonie van Beethoven uit te voeren. Tenenkrommend.
‘En hoe ingewikkeld ook, zo’n taxatie tijdens je leven levert wel wat op. Luceberts gedicht ‘De zeer oude zingt’ (waaruit het citaat ‘Alles van waarde is weerloos’ afkomstig is, red.) onderstreept mooi dat de waarde van het leven alleen bepaald kan worden in het nu. Je steeds bewust zijn van het hier en nu, is het enige dat het leven zin geeft.
‘We zullen dus vaker mentaal afval moeten scheiden. Alles van waarde krijgt meer ruimte als je iedere woensdagmiddag je waardeloze gedachten, wensen en denkkrampen bij de milieustraat dumpt. Maar hoe doe je dat? Als je religieus bent, kun je de waarde van je leven nog afmeten aan de air miles pas van je Kerk. Wij heidenen moeten het klusje zelf klaren.
‘Daar kwam de oprechtheid om de hoek kijken. Ik realiseerde me dat alles van waarde oprecht is. En andersom. Gedachten, voorkeuren, relaties, familiebanden, autobanden; alles dat je langdurig met je meedraagt, wat je verslijt en uitwoont en waar je moeite voor doet, heeft iets oprechts. Wat niet oprecht bij je hoort, leidt alleen maar af en kun je beter wegflikkeren. Die materie heeft op de nieuwe nummers wel een stempel gedrukt. Vooral op ‘Better Days’, ‘I Don’t Buy It’ en ‘Worn Love’.
 
Fungeert voor jou oprechtheid binnen relaties als toetssteen?
‘Steeds minder. Er komt een moment waarop je moet stoppen het kaf van het koren te scheiden. Anders blijft er niemand meer over.
‘Oprechte mensen zijn zeldzaam. Het is moeilijk om belangeloos belangstellend te zijn. Het is dan ook de hoogste tijd dat de oprechte mens op Unesco’s Wereld-erfgoedlijst komt te staan .’
 
Over eenzaamheid gesproken. Het lied ‘Wanna Be Alone’. Hoe krijg je het voor elkaar om de eenzaamheid, in al zijn verslagenheid, zó te exposeren dat ik er serieus naar kan verlangen?
‘Haha! Je hebt geen woord meegekregen van wat ik tot nu toe heb uitgekraamd, of wel? Ik ben per ongeluk zonder mobiel in een moeras beland en heb iedere modderige associatie met eenzaamheid op de keukentafel afgeborsteld.
‘Maar het is fijn dat ‘Wanna Be Alone’ dat verlangen bij jou oproept. Eenzaamheid krijgt veel te weinig bezoek aan huis.’
 
Hoe is dat bij jou? Jij bent een schoolvoorbeeld van de independent songwriter. Je werkt zelfs zonder producer. Er is dus niemand die jou vertelt wát of hóe je moet schrijven. Is dat geen eenzame taak?
‘Eenzaamheid is het losgeld voor onafhankelijkheid. Voor belangeloosheid. Als je er bij stil staat, is heel het leven een eenzame periode. C’est ça. Eenzaamheid kun je dus maar beter te vriend houden. Werk aan die relatie, zou ik zeggen.’
 
Jij hebt de neiging om relativerende antwoorden te geven, die buiten jouw persoonlijke levenssfeer blijven liggen.
‘Niet zo close and personal. Klopt. Dat is mijn bedoeling. Dan blijven we oprecht en hou ik voor thuis ook nog wat over.’
 
Hoe lang duurt het voordat jij mensen toelaat in jouw persoonlijke levenssfeer?
‘Dat hangt af van de omstandigheden. Maar mochten wij ooit samen tot over onze nek in het drijfzand hangen zonder kans op redding, dan beloof ik je instant toegang tot mijn emotionele inboedel. Hoewel je op zo’n moment waarschijnlijk liever iets relativerends hoort.
‘En dat is ook één van de menselijke tragedies. We leven zo in afgepaalde hokjes, dat we veel te weinig mensen de tijd en aandacht kunnen geven die ze verdienen. Maar daar hebben we dus de kunsten voor. Die zijn onze common fields. Daar hoeft geen prikkeldraad tussen.’
 
Wat is jouw mening over de mensheid? Ben jij een misantroop?
‘Ten dele. Individueel kan de mens een fontein zijn, waaruit een boel moois ontspringt. Als kudde is de mensheid een badkuip die leegloopt; via het putje gaat het altijd richting riool. Als we nou eens zouden kappen met wensen en willen, zouden we ons ‘hier en nu’ niet steeds uitstellen. Dan waren we er altijd volledig.’
‘Maar het één kan nog niet niet zonder het ander. Het water dat uit een fontein spuit, klotste eerder ergens in een gore badkuip. Tijdens de lockdown werd het zwaarder om het geheel te blijven zien. Het water stroomde steeds minder. Het werd brak.’
 
Was dat ook de reden om afgelopen jaar ook aan projecten in de klassieke, instrumentale hoek te werken?
‘Zo’n docu-item over 250 jaar Beethoven, vergde aan voorbereiding wel een paar weken gericht inlezen en instuderen. Die autistische focus op vingerzetting duwde de waan van de dag lekker aan de kant.
‘Het bood innerlijke rust om het blikveld bewust te vernauwen. Ik ben die weg dus maar verder ingeslagen en heb wat eigen instrumentale werken uitgewerkt.’
 
Voor albums als Voluntary Intakes en Worn Love neem je heel wat rollen op je. Je schrijft de muziek en de teksten, speelt meerdere instrumenten in, doet de sound engineering, de beeldproductie en vast nog meer. Hoe hou je al die ballen in de lucht?
‘Snel slapen. Op volgende albums wordt mijn rol definitely een stuk beperkter. Ik heb wel genoeg albums uitgebracht om nog langer Sisyphus uit te hangen.
‘Ik droom al maanden dat ik mijn baan als circusaap opzeg en een voedselbank voor oud-collega’s opstart. We stuiteren wat in het trapeze-vangnet en houden ons strikt aan een dieet van zoete popcorn en dode clowns. Onder het genot van penetrante kamelenlucht en zachte draaiorgelmuziek mijmeren we ’s avonds hand in hand over alles wat er nog in het vat zit. Want dat verzuurt wel degelijk, zo weten wij oudere jongeren.
‘Ik ga maar eens wat zingen, al dat geklets. Zo raken Forrest Gumps bonbons nog op!’

(IWT/Cultuur 24/7)

ROOD ADEO - Worn Love
KROESE Records - KR CD 044
©2021 KROESE Records/ROOD Productions
©1997-2021 ROOD Productions
 
ROOD ADEO - Voluntary Intakes
KROESE Records - KR CD 020
©2018 KROESE Records/ROOD Productions
©1998-2018 ROOD Productions

2022 jan - Worn Love Live

Rood Adeo: 'Nederlandse muzikanten jatten overal wat.'

Zo’n 25 jaar al staat songwriter, zanger en instrumentalist Rood Adeo garant voor obscuur-romantische songs. Dit jaar verschijnt zijn nieuwe album ‘Worn Love’ met nieuwe nummers, eerdere opnames en live-uitvoeringen. 

Zaterdag treed je op in het Beauforthuis. Dat is niet de eerste keer…
‘Nee, ik schat dat ik er tussen de 20 en 30 keer op het podium heb gestaan. De eerste keer zal ergens in de jaren 90 zijn geweest. Ik dacht meteen: ‘Dit is een theater zoals je het wil hebben’. Het voelde als een thuiskomen. Waar dat aan ligt? Volgens mij is het een soort Feng Shui (de Chinese filosofie die ervan uitgaat dat je geluk wordt bepaald door de omgeving, red.). Alles klopt in het Beauforthuis: de grootte, de ligging, de akoestiek. Ik heb nu alweer zin in het optreden van zaterdag.’
 
Welk optreden in het Beauforthuis is je het meest bijgebleven?
‘Dat kan ik niet zeggen. Ik heb gespeeld met gelegenheidsformaties van diverse pluimage, duetten gezongen en met mensen op het podium gestaan die ik zeer bewonder. Het is onmogelijk om een keuze te maken uit al die herinneringen. Net zoiets als het vragen naar je favoriete kind.’

Je muziek wordt veelal vergeleken met die van Tom Waits. Wat trekt je zo aan in zijn muziek?
‘Het is vooral de ruime voor en focus op tekst. Maar ook de akoestische setting en het feit dat hij niet in één muziekstijl is blijven hangen, spreekt me erg aan. Maar ik ben natuurlijk ook door veel anderen beïnvloed, niet alleen door Waits. Mijn wortels gedijden graqg in de grond van Frank Sinatra, Nat King Cole, Nina Simone en vooral van Mozart en Beethoven. Om er maar een paar te noemen. Er is altijd en overal zoveel moois te ontdekken en te leren. Ook van alle mensen waarmee ik samenwerkte; ieder individu neemt een muzikale stijl, invloed of opvatting mee waarmee iets in mij in meer of mindere mate resoneert. Op songs die coöperatief tot stand zijn gekomen, hoor je die invloeden onverdund terug in stijl of bezetting. Of het nou Balkan, klezmer,  Cubaanse folk of Ravel is. Het ligt er maar aan waar, hoe en met wie de wind waaide.’

Jullie zijn muzikaal dus niet voor één gat te vangen…
‘Wij zijn toch Nederlanders, hè? Wij jatten overal wat, net als iedereen en overal, alleen slimmer. Nederlanders zijn hoogst geavanceerde, opportunistische haven-eksters. Wij wachten en masse op de kades in Rotterdam tot er een buitenlands schip binnenkomt. We veinzen onverschilligheid bij het uitladen, maar kijken arglistig of er iets voor ons bij zit.
Het vernuft van ons Nederlanders zit 'm erin, dat we ons gedrag niet alleen herkennen en toegeven, welnee, wij vergeven onszelf ook ter plekke. Kijk, dát durft nou niet iedereen. Wij doen ook niet net alsof we de blues of jazz hebben uitgevonden, zoals men in andere landen wel graag pretendeert. Dat proces zijn wij Nederlanders al lang ontgroeid. Wij kapitalizeren het gewoon rechtstreeks, als ware post-freudiaanse kolonialen. Wij gaan er openlijk mee aan de haal, halen het uit elkaar en verdienen er bakken geld aan. Eerlijkheid troef, open vizier, geen opsmuk. De Nederlandse cultuur is dan ook samen te vatten onder het motto 'schijt aan andermans cultuur, leve de VOC!' Geheel volgens de traditie en conform Rutte's toekomstwensen...
'Mijn muziek is dan ook een potpourri waarin ik me volledig vrij voel om een nummer in iedere willekeurige stijl te laten landen, zolang die song zich daar het best in thuisvoelt. En ik zou ook niet anders willen, want alleen blues of folk spelen, zou me op den duur gaan vervelen.’

Zijn er muzikanten met wie je graag nog eens samen wil werken?
‘Och, zoveel ... En ik bof al zo met de huidige samenstelling. Jij noemt Erik Vaarzon Morel? Ja, tuurlijk... Er zijn er ook een heleboel waarmee ik opnieuw of vaker samen wil spelen. Met violist Oene van Geel heb ik vijfentwintig jaar geleden samengewerkt, dat zou ik heel graag nog eens overdoen. Vooral de samenwerkingen met onalledaagse instrumentalisten koester ik. Met instrumenten die je minder vaak op het podium ziet, zoals Fay’s zingende zaag, Kristijan Kranjnçan’s cello-percussie, een oversizede marimba of een fietspompet.
Komende zaterdag worden we overigens ook verwend, want die pedalsteelgitaar van Johan Jansen vormt op zichzelf al een heerlijk experiment!’

Dat klinkt veelbelovend. Ben je de coronatijd nog een beetje goed doorgekomen?
‘Optredens steeds verzetten is wel kontvervelend. Volgens mij is dit concert in het Beauforthuis al vier keer uitgesteld. Ons tijdsbesef wordt steeds weer door een shredder gehaald. Inmiddels komen er rare, tijdloze slierten uit. En bak daar maar eens een planning van. Maar ik vermaak me wel hoor. Zo ben ik gedwongen vrijwilliger in een repair-shop, waar mensen langskomen met hun kapotte broodrooster of staafmixer. Ik zit daar ook aan een tafeltje, maar ik repareer daar alleen gebroken harten. Ook ben ik veel buiten geweest. Wat ik dan graag doe? Als sportief vrijwilliger het wild opjagen tijdens de drijfjacht. Bij mij achter in de velden jagen we niet op hazen of fazanten of reëen, maar op Willem Alexanders. Dat is iets typisch Gelderls en is hartstikke tof! Met een man of acht lopen we de velden in en slaan wat op potten en pannen. Als er een Willem Alexander wordt gespot, wordt er aangelegd. Een zogenaamde WA vormt op zichzelf een stuk breder doelwit dan een gemiddelde haas, dus dat is een stuk makkelijker. Een hele fijne buitenhobby, voor het hele gezin!’

Haha. Vanwege corona treed je al om drie uur op komende zaterdag. Is dat niet een beetje vroeg voor jouw soort muziek?
‘Er is niks mis met matinées! In het Beauforthuis beginnen de tapasconcerten normaliter ook al om zes uur. In een fijn theater kan dat prima. Deze weken wordt het toch niet meer helemaal licht buiten, dus wie heeft het in de smiezen dat het middag is? Heerlijk die donkere dagen voor de kerst. Die passen toch het beste bij mijn muziek.’
 
Tekst: Machiel Coehorst
machielsmuziek.blogspot.com
Eerdere publicatie op beauforthuis.nl.

2018 sep NL - Vrijwillig Innemen



“Vrijwillig innemen” 

Voluntary Intakes, het nieuwe album van songwriter ROOD ADEO zou zomaar omschreven kunnen worden als een welkome herleving van de schrijfstijl zoals we die gewend zijn van Leonard Cohen of Nick Cave. Maar hier is meer aan de hand. Adeo’s knappe verteltrant, meeslepende composities, en gêneloos stemgeluid, tillen deze plaat zelfs boven dat maaiveld uit.
 

In zeventien verrassende nummers worden op Voluntary Intakes de liefde, het verstrijken van de tijd en wat het betekent een mens te zijn bezongen, op een manier die je niet direct op een album uit 2018 verwacht. De vraag die zich dan ook opdringt, is of we met Rood Adeo te maken hebben met de lang verloren kroonprins van een afgezette monarchie, of met de grondlegger van een nieuw tijdperk? Een tijdperk, waarin de innerlijke mens eindelijk weer gevoed mag worden?
 
Het is een bevreemdende gedachte, dat een nieuw album het gevoel op kan roepen dat je iets gemist hebt. Ik dacht in juni alleen maar: wie is de maker van deze muziek, deze scherpe teksten, zo pijnlijk en zo smerig intelligent? Rood Adeo dus, waarvan het oeuvre over meer dan twee decennia blijkt te zijn uitgesmeerd. Een songwriter, van wie het samenraapsel van klassiek, blues, jazz en postmoderne stijlen liefdevol in dienst staat van tekst en een uiterst fascinerende stem, maar die na twintig jaar nog steeds een plek mag krijgen om te landen. Of juist niet.
Dit album, Voluntary Intakes, is een cakewalk: de afwisseling aan sferen, stijlen en instrumentkeuzen is ronduit overweldigend. De hitsige pomp ‘So Loose’ ligt mijlenver van het vredige ‘The Weight Of Heaven’. Het contrast tussen het desolate ‘Don’t Do What You Did’ en het gloeiende ‘Gold Dust’ voelt onoverbrugbaar. Maar die variatie maakt het geheel geen ratjetoe.
Waarmee ik pas vier van de zeventien nummers op de korrel heb genomen. De duetten met Fay Lovsky en Esther Croezen zijn onweerstaanbaar, en voelen aan als klassiekers nog voordat ze van de grond zijn gekomen. ‘River Call’, ‘A Piece Of Love’ en ‘To Be A Man’ komen zo vertrouwd binnen dat het lijkt alsof ik er mee ben opgegroeid. ‘Shame Rhymes With Pride’ had evengoed de elegie voor prinses Diana kunnen zijn, en ‘The Waltzes, The Polkas, And The Sad Songs’ die van Leonard Cohen zelf. Zo kan ik nog wel even door gaan. Dit album voedt je. Van binnen.

Is er aan deze plaat dan niets om over te zeiken? Jawel. Ik neem aanstoot aan het feit dat ik deze songwriter nu pas ontdek. En dat ik me erop betrap dat ik, door dit geluid te wíllen plaatsen, in zelf verzamelde platitudes verzand. Ergerlijk is ook, dat dit product niet uit de UK of VS komt, maar domweg uit Nederland. Maar wat me het meest irriteert, is dat al dit misnoegen het album Voluntary Intakes zélf niet betreft. Na een maand intensief draaien en inlezen, bevond ik mij nog steeds in een beroepsdeformatieve spagaat. Mailen en bellen dus, voor een afspraak met de veroorzaker van deze oncomfortabele houding.
Een gesprek met Rood Adeo is niet in één bloedhete middag te vangen. Daarom spreken we tweemaal af, bij hetzelfde belegen hotel in het idyllisch groene lintdorp Beek-Ubbergen. Precies het midden tussen zijn huidige woonplaats en zijn geboorteplaats: Nijmegen. Havanna aan de Waal, de stad van Frank Boeijen. En recenter: de stad van de band De Staat.
Wat leeftijd betreft, kunnen we Rood Adeo (47) ook precies tussen die twee Nijmeegse fenomenen plaatsen. Maar daarmee is iedere relatie met Gelderland, of zelfs Nederland, dan ook gezegd. Adeo heeft niets Gelders. Of Nederlands. Koetjes en kalfjes komen niet aan bod. Iedere zin of beschrijving is nauwkeurig doordacht en heeft een lading. Rood (voluit Roderik) Adeo is goedlachs, welbespraakt, gevat en, opvallend oprecht, ook in míjn reilen en zeilen geïnteresseerd.
 
Een vraag die jou eerder is gesteld: waarom ben jij niet veel bekender?
“Dan krijg je ook hetzelfde antwoord: mij hoor je niet klagen. Het stadium waarin ik zit, vind ik prima. Muziek heeft een belangrijke plek in mijn leven. Maar het schrijven van songs is daar slechts een deel van. Dat ene onderdeel hoeft de overhand niet te krijgen. Grote bekendheid zou mijn hele modus operandi overhoop gooien.”
 
Toch breng je werk uit en ga je op een podium staan.
“Dat zie ik eerder als prettige parts of the job. Ik heb een publiek nodig, maar er is een verschil tussen werk gerelateerde bekendheid en het je op een oneigenlijke manier in de picture werken. Coca Cola ís geen way of life, ook al proberen ze ons dat al honderd jaar wijs te maken. Ik begrijp de hang naar roem niet. De wereld staat nou niet echt bekend om haar goedgezindheid naar beroemde mensen, toch? Dat spiegelpaleis wordt even snel weer afgebroken, als het is opgebouwd. En dan te bedenken dat de meeste celebrities geheel vrijwillig beroemd zijn, zonder enige verdiensten.”
 
Ik zag online dat dit album een jaar eerder verwacht werd.
“Vertel mij wat. In 2017 was er genoeg materiaal. Maar door de plotselinge dood van bassist Bas Rietmeijer is de release uitgesteld. Mijn kop stond maandenlang ergens anders naar. Ik ben eerst maar eens schetsen die Bas al had ingespeeld, uit gaan werken. Uiteindelijk een goed besluit. Het volgend album is daardoor ook al in een ver stadium.”
 
Waarom heb je voor een hybride van nieuw én oud werk gekozen?
“Het verleden loopt in de digitale tijd het risico uit elkaar getrokken te worden. Albums die als één concept bedoeld waren, raken door Spotify en Apple Music snel versnipperd tot losse nummers. Ik vond het daarom belangrijk om een deel van het oudere werk opnieuw vast te leggen op een fysiek album. Tegelijkertijd moesten enkele nieuwe nummers dringend naar buiten.”

Wat zegt de titel ‘Voluntary Intakes’?
“De intakes kun je opvatten als antoniem van outtakes – opnamen die in eerste instantie bewust niet worden uitgebracht, om welke reden dan ook. Aangezien ik deze tracks wel graag wilde uitbrengen, zijn het vrijwillige intakes.
“De metafoor ‘vrijwillige inname’ staat voor alles dat we daadwerkelijk vrijwillig consumeren. Niet alleen eten en drinken, zuurstof of drugs, maar ook gedachten, overtuigingen, kunst of relaties. In niet-fysieke zin ligt inname heel dicht bij aanname. Aannames vormen voor mij vaak thema’s van de songs.”
 
Waarom?
“Aannames zijn de Lego-stenen van het menselijk bewustzijn. Eindeloos speelplezier voor jong en oud, ook al bouwen we er hypocriete systemen mee. Daarom zijn ze ook niet geschikt voor kinderen onder de drie, wegens verstikkingsgevaar.
“Dat wat we innemen – of aannemen – geeft ons bestaan betekenis. Alles om ons heen, organisch of anorganisch, weigert ‘iets aan te nemen’. Stenen, planten en dieren doen geen aannames. Zij handelen alleen op basis van feitelijkheden, van wat echt werkt en wat niet. De realiteit, zo je wilt.”
“Dat is bij mensen wel anders. Onze hele manier van leven bestaat uit een doolhof aan aannames, gebouwd op de mesthoop van eerdere aannames. Het geloof in een God, een rechtssysteem, of ‘De Universele Rechten van de Mens’ is allemaal gebaseerd op niets dan aannames. Vrijwillige of onvrijwillige aannames, pure fictie. Net als jouw huwelijk, je hypotheek, je arbeids-overeenkomst en je ticket naar een onbekende vakantiebestemming. Waarmee ik niet beweer dat aannames geen doel hebben. Sommige zijn heel nuttig.”
 
Nuttig? De hele menselijke tragedie komt toch voort uit foute aannames?
“Jawel, maar met de meeste misstanden en conflicten is niets mis. Die zijn hard nodig. Anders zou het een saaie boel worden. Ik zit niet te wachten op een Brave New World. Wat stelt zo’n hete zomer nou helemaal voor zonder winter? En als jouw relatie nooit eens overhoop ligt, zou ik me maar eens achter de oren krabben. Toen ik ‘the world ain’t flat, but it ain’t right either, that’s the beauty of it all’’ schreef, meende ik het ook. Onze rusteloze geesten kunnen niet zonder een licht spanningsveld.”

Ik zie anders wel wat verbeterpunten voor de mens.
“Dan praat je over de zaken, waarin sprake is van machtsmisbruik. Situaties waarin mensen geen keus hebben, waarin aannames voor anderen worden gedaan. Dat is verrot. En precies de reden waarom we het er vaker over moeten hebben. We zijn er allemaal bij gebaat als we in een vroeger stadium beseffen welke aannames we eigenlijk onvrijwillig doen.”
 
Zoals?
“Heel wat kinderen rennen zich het leplazarus op een voetbalveld, omdat ze pappa willen plezieren. Niet omdat ze de sfeer op het veld nou zo geweldig vinden. Ik denk ook niet dat jidahisten worden ingelijfd onder het mom ‘oude jongens krentenbrood’. Zelfs in Nederland doet de overheid heel wat aannames, die de meerderheid van ons brave burgers zelf niet eens zouden verzinnen. Waarmee die meerderheid in dienst staat van de democratie, in plaats van andersom. Terwijl de democratie op zijn beurt ook maar een aanname is.
“Hoe dan ook, als je erop gaat letten zie je dat de mens nauwelijks echt keus heeft, ongeacht waar je woont. Het verschil tussen een dictatuur en de quasi-vrije prefab culturen wordt iedere dag kleiner.”
 
Ik leef liever in een prefab cultuur.
“Heb je op YouTube wel eens een ASMR video bekeken? Dan zie je dat miljoenen mensen eenzaam, passief en doelloos de dag proberen door te komen. De puber in mij zegt: ‘Boeien, moeten ze lekker zelf weten.’ Maar ik besef dat die zombie-staat-van-zijn helemaal geen keus is. Die is ontstaan door machtsmisbruik van anderen, maar wordt niet als zodanig herkend. In een dictatuur is duidelijker wie wie misbruikt.”
 
Ik las dat jouw teksten geen politieke lading hebben. Ik krijg nu toch een andere indruk.
“Niet alles rooskleurig zien, verraadt nog geen politieke agenda. Ik heb over alles een mening. Maar daar schiet een ander niks mee op. Voor ieders bestwil bijt ik liever op mijn tong. Behalve op zon- en feestdagen, als al dat zwijgen op kokhalzen begint te lijken. Dan wordt me verweten dat ik een misantroop ben. Dat lijkt terecht, maar is een schoolvoorbeeld van een volledig misplaatste aanname. Mijn cynisme komt juist voort uit het belang dat ik hecht aan de menselijkheid.”

Even serieus. Lijd je eronder?
“Sommige dingen komen wel erg hard binnen, terwijl de inname van informatie nauwelijks valt in te dammen. Laat staan de emoties die erdoor boven komen drijven. Een aan- en uitknopje zou fucking handig zijn. Maar we dwalen heel ver af.”
 
Oké. Is in de afgelopen twintig jaar het ambacht van liedschrijven afgegleden?
“Wow, dat vergt een antwoord van een week. Laat ik voorop stellen dat er nog steeds erg mooie muziek gemaakt wordt. Je moet er misschien langer naar zoeken.”
 
Waarom?
“Heel veel nieuwe muziek drijft in precies dezelfde saus. Als jij het idee hebt dat veel nummers op elkaar lijken, dan heb je gelijk. Net als nieuwe auto’s. Om maar een voorbeeld te noemen: Taylor Swift, Katy Perry, Justin Timberlake en een heleboel anderen zingen nummers van Max Martin. Deze grote Zweedse producer flanst met zijn computergestuurd format songs in elkaar volgens een afgebakend procedé. En dat doet hij heel goed, Martin heeft meer nummer één hits op zijn naam staan dan The Beatles. Dat zegt genoeg.”

Kun je iets vertellen over hoe jij songs schrijft?
“Dat kan ik. Maar dat doe ik niet.”
 
Waarom niet?
“Dat de kok bij je aan tafel komt, wil nog niet zeggen dat-ie je zijn recepten overhandigt. Iedere song heeft een totaal andere receptuur. Anders dan Max Martin, dus. Een onhandige beslissing voor de portemonnee, maar een zegen voor de onderzoekende geest.”
 
Is de digitale revolutie de dood van de onderzoekende muzikant?
“Nee, totaal niet. Door het web kan de luisteraar zijn eigen voorkeur overal streamen. Da’s top. En veel computerprogramma’s vergroten de creativiteit tijdens het maakproces. Als je buiten de platgestampte mainstream blijft, is de muziekwereld nog net zo avontuurlijk als-ie altijd is geweest. Dat geldt trouwens niet alleen voor de muziek.”
 
Waarvoor nog meer dan?
“Nou, neem één hot item: nieuws. In de geldzuchtige jacht op headlines, hebben mainstream media steeds meer behoefte aan vers bloed. Als dat niet voorhanden is, creëren ze het zelf wel. De meeste olifanten in het nieuws, waren eerst een doodgewone mug. Er is zoveel opgeklopt nieuws. Nieuw, nieuwer, nieuwst, blijven rollen, blijven voeden.
“Zo is die lul van een Trump toch ook president geworden? Voor de mainstream media is Trump niet alleen een kip die gouden eieren legt, het is de kip die ze zelf in elkaar hebben geflanst. They created a monster, als dokter Frankenstein. En als zo’n president al uit het niets bij elkaar gehyped kan worden, weet ik wel hoe het volgende rek windeieren eruit ziet.”
 
Is het niet een kwestie van leren omgaan met hypes en nepnieuws?
“Volgens mij is dat al een keer gedaan. Dat liep dat aardig uit de hand. Heel wat mensen hebben geleerd goed om te gaan met het nepnieuws van Joseph Goebbels. Er wordt veel te laconiek over hypes gedaan. We mogen ze wel laten uitrazen, maar het tegenvolume moet veel harder. Ook in Europa glijdt de hele bups zo’n kant op als in 1933, Kijk naar Italië en Hongarije. Daar is geen megalomane Duitse rijkskanselier meer voor nodig.”
 
Waaraan is dat te wijten?
“Aan het krankzinnige systeem dat we stilzwijgend in stand houden: kapitalistisch, militaristisch en betuttelend. Dat is heel negatief voor ons allemaal. Het beïnvloedt onze keuzes op alle terreinen: financiën, werk, milieu, onderwijs, gezondheid, media, kunst, noem maar op. Het leidt ons steeds meer af van de belangrijke zaken.”
 
Welke zijn dat?
“Catastrofale vernietiging van milieu, overbevolking, een criminele welvaartsverdeling en dogmatische geloofsbelijdenis. Als we die vier koppijndossiers nou eens afsluiten, komen we nog eens ergens. Ondertussen dwalen we nog steeds erg af.”
 
Misschien wel. Maar dit negatieve systeem beïnvloedt jou en je werk toch ook?
“Jawel. Maar ik zal nooit een protestzanger worden. Ik heb wel wat nummers geschreven waarin koppijndossiers worden aangekaart, maar ik licht liever de menselijke kant uit. Een thema als ‘hebzucht’ is een ménselijk aspect, geen construct van een verrot en tijdelijk systeem. Net zo min als religie of lust dat zijn. Daarom wil ik die ook niet benaderen vanuit de waan van de dag. De waan van de dag is maar een tijdelijk kostuum. Ik zing liever over waarom de keizer besluit in z’n blote reet over straat te willen lopen.”
 
Zie jij nog hoop voor de mensheid?
“Ja, liebe überwindet alles. De mens is op z’n best als-ie niet dieper kan zinken. Pas dan wordt er een beroep gedaan op collectieve potentie en veerkracht. Stel je toch voor dat we eerst dat zware rooster over de put slepen, voordat alle kalveren verdronken zijn? Infantiel, maar het is zo. De vraag is of we nog dieper kunnen zinken. Moeten we eerst allemaal krankzinnig worden? ’It’s no measure of health being well-adjusted to a profoundly sick society’, zei Krishnamurti. Waarmee hij de tragedie van de enkeling goed aanstipt. De sujetten die zich verzetten tegen onvrijwillige aannames, die keuzevrijheid nodig hebben. De vraag is of er over vijftig jaar nog genoeg van dat soort sujetten rondlopen. Moet Huxley’s 1984 worden omgedoopt tot 2084? ”
 
Hoe moeten we ons volgens jou tot keuzevrijheid en ‘vrijwillige innames’ verhouden?
“Hóe je je er toe verhoud is niet zo interessant. Óf je je er toe verhoud, lijkt me belangrijker. Zelf ben ik er iedere dag meer bewust van dat veel aannames onnodig zijn en overboord kunnen. Da’s voor mij een stap in de goede richting en levert geestelijke vrijheid op. In de vorm van tijd en levenslust. Geven en vergeven zal uiteindelijk het enige zijn dat overblijft. De rest bestaat uit foute aannames. Geen nieuw besef, maar wel één dat een schoonmaakbeurt verdient.”
 
Bereiken we dat stadium ooit?
“Dat denk ik dus wel. Het lijkt alsof de evolutie, de geschiedenis, ons altijd al in die richting stuwt. Als er al een hoger plan is, dan moet het dat zijn. Als individu hoef je alleen maar een beetje mee te werken aan dat plan.”
 
Hoe werk je mee?
“Door ballast weg mieteren. Overbodige aannames en gewoonten overboord te kiepen. Door uit te komen voor zwakheden, schaamte los te laten. Steeds een hoger perspectief te zoeken, waardoor je niet tegen ouwe futiliteiten aan zit te staren. Geld en werk zo in te richten dat anderen of het milieu niet tot last zijn. Zorgen dat er ruimte overblijft om je te vervelen, waardoor je tijd overhoudt om te kunnen reageren op behoeften van anderen. Eigenlijk dat wat planten en dieren altijd doen, maar dan met zelfreflectie. Concreet? Cancel je trip naar Bali, leg een natuurtuin aan en zet een boom op met mensen die je niet kent. De rest wijst zich vanzelf wel.”
 
Is het schrijven van songs ook een gewoonte die overboord moet?
“Haha, vast en zeker. Gelukkig heb ik al meerdere doelen voor ogen voor als het zover is. “Vul je dagen met gehakt en cactussen water geven”, zong Van ’t Groenewoud. Goeie opties, maar ik heb andere dingen voor ogen. Wil jij een biertje? De dag is nou toch al stuk.
(Tekst: Inge Wetering)

ROOD ADEO Voluntary Intakes
Kroese Records (KRCD020)

 
 
 

 

2015 oct NL - Rood Adeo op reprise

Songwriter Rood Adeo op reprise
‘Kus ons wakker alsjeblieft!’
 
Het is twee jaar geleden dat songwriter Rood Adeo Nijmegen aandeed voor een groot concert. Dat concert ging de boeken in als een pareltje. Deze maand onthaalt het gerenoveerde Concertgebouw De Vereeniging Adeo voor een reprise. En niets te vroeg. Adeo's songs zijn tijdloos, maar zijn teksten lopen vaak voor op de actualiteit.
 
Sinds midden jaren negentig staat hij synoniem voor het stadse nachtleven, pianobars en vrije sluitingstijden. Niettemin spreekt Adeo af in De Waard van Kekerdom, een wilderniscafé annex B&B aan de rand van natuurgebied De Millingerwaard, tegen de Duitse grens. Een plek waar hij graag verblijft, een half uur van zijn geboorteplaats Nijmegen.
 
Vloekt deze afgelegen natuur niet met het imago van nachttroubadour?
‘Mijn nachtleven wordt al jaren gesaboteerd door dochters en wilde ganzen. Er zit ondertussen meer klei dan kauwgum onder mijn schoenen. En dat is goed. Ik heb de horeca genoeg getrancheerd. Zowel voor als achter de bar. For better and for worse. Dit landschap is me van kinds af aan al lief. Hier kan ik de tijd stilzetten, ongeacht het seizoen. In Nederland is voor mij geen betere plek.’
 
Hoewel hij al twee decennia albums van hoog niveau aflevert, lijkt Adeo sinds het album Perfect Life off-radar. Tot je in zijn recente antecedenten duikt. Adeo blijkt in eigen land steeds meer inspirator te zijn van meerdere BN’ers. Het aantal bekende (en onbekende) artiesten en musici waarmee hij de studio en podia deelt, groeit gestaag. Net als het aantal (film)kunstenaars dat aan zijn werk een andere dimensie toevoegt.
Adeo’s songs zijn een buitenissig mengsel van americana, postmoderne indie en ironische, avant-garde teksten, afgewisseld met glasheldere ballads. Filmisch werk, dat niet zou misstaan onder Casablanca of Mad Max.
 
Omschrijf jij je eigen muziek als filmmuziek?
‘Nee, ik denk dat de nummers op zichzelf staan. Ik ben niet met beeld bezig tijdens opnamen, maar anderen leggen wel de link. Ik heb aan een aantal pre-producties mogen bijdragen, als radartje in een hele grote machine. Mooi, maar het is vooral leuk als anderen met één song aan de haal gaan en er een afgerond visueel concept voor creëren. Altijd een verrassing. Nummers met hun eigen beeld beschouw ik wel als volwassen. Ze trekken de deur achter zich dicht en gaan de wijde wereld in. Sturen ze hooguit eens per jaar nog een summier ansichtkaartje, vanuit plaatsen als Nome, Alaska: “Lieve pa, het is hier koud. Stuur geld! Liefs, je liedje uit 2011”.’

        ‘Rutte zou er beter aan doen een uur per dag
         met Hans Teeuwen in bad te zitten’
 
Drukte zijn vroegere oeuvre zich vooral in een idioom van jazz- en rock uit, op zijn laatste album Mindful Indifference overheerst de folkblues. Binnen zijn instrumentarium is de rol van de piano verschoven richting de gitaar. Daarmee is de gedaanteverwisseling blijkbaar niet compleet. Afgelopen maand was Adeo live te gast in een opera-special van Radio 4. Opmerkelijk voor een zanger, van wie het stemgeluid eerder doet denken aan een autosloperij dan aan een klassieke aria.

Van blues en jazz, naar folk en opera. Past klassiek ook in jouw straatje?
‘Muziekstromingen bijten elkaar niet. Blues, jazz, klassiek, het is uiteindelijk allemaal familie van elkaar. Radio 4 vroeg me ‘When I Am Laid In Earth’ van Purcell uit te voeren. Op mijn manier, wel te verstaan. Aardig progressief voor een klassieke zender. Op piano heb ik klassieke muziek nooit vermeden, maar ik ben niet echt een Marco Bakker, hè?’
‘Ik heb ook geen voorkeur voor een bepaalde muziekstijl. Daarom weet ik nooit van tevoren in welke stijl een nieuw liedje uiteindelijk zal stranden. Het koppelen van tekst aan muziek is alsof je die twee op een blind date stuurt. Ze kunnen ’s avonds samen in rock-’n-roll-outfit de deur uit gaan, en de volgende ochtend in een gospelkoor wakker worden.’
 
Hij wordt vergeleken met Leonard Cohen, John Cale, Tom Waits en Randy Newman, om er maar een paar te noemen. Maar waar deze grootheden mijlen ver van je af lijken te staan, begeeft Adeo zich meer ín het hoofd van de luisteraar. Ondanks het feit dat extremen in zijn teksten niet worden geschuwd, kun je je er bijna niet van distantiëren. Sommige songs lopen over van liefde: I guess we don’t have to fall in love / Love will fall on us from up above. Andere zijn ronduit grimmig: What a life is worth in this place / It all depends on where you die. Alsof Herman Hesse en Michel Houellebecq aan één tafel zitten. Verlichtend en verontrustend tegelijk.

Schrijf je rond centrale thema’s?
‘Meer rond motieven. En dan in de zin van drijfveren. Wat houdt de menselijke psyche bezig? Al die miljarden individuen, allemaal anders, allemaal hetzelfde. Zoek de verschillen, speur de raakvlakken op. Onuitputtelijk als een schaakspel. Als ze door dezelfde auteur geschreven zouden worden, zou ieders biografie even intrigerend zijn. Of een motief als leidraad voor een liedje kan fungeren, hangt maar net af van de associatie die ik er op dat moment mee kan leggen. Daar is geen procedure voor. En die momenten wil ik ook niet reguleren.
‘Kijk, we zitten hier nu samen helemaal goed, omringd door natuur. Wat wordt ons motief om uiteindelijk de stad op te zoeken? De bedrijvigheid? De aanwezigheid van onbekende anderen? Welk deel van hen? Hun stemmen, hun ogen, hun onvoorspelbaarheid of vertrouwdheid? Zijn we verslaafd aan anderen? Moeten we afkicken? Waarom vandaag niet en morgen wel? Die vragen lokken voor je het weet een songtekst uit z'n hol.
 
Die songteksten vertonen vege, profetische trekjes. Actuele krantenkoppen lijken soms een echo van strofes uit ‘How About The Next Millennium’, ‘Cellophane’, of ‘The Master Is Away’. En zo roept ‘Junie Needs A New Pair Of Shoes’, inmiddels dertien jaar geleden geschreven, een maar al te hedendaags sfeerbeeld op van de situatie rond IS. Is Rood Adeo een vakkundig verhalenverteller of een sjamaan? Of beide?
 
Hoe kwam je erop een Arabisch liefdesgedicht te combineren met JFK’s moord?
‘Niet met voorbedachte rade. ‘Junie Needs A New Pair Of Shoes’ is een samenraapsel van toevalligheden. Lee Harvey Oswald fascineerde me, leek me meer een slachtoffer dan dader. Om die reden ben ik me gaan verdiepen in zijn telefoongesprekken. Schrijnend, ze riepen om attentie. Die hebben ze gekregen.
‘Soms voel je iets vallen voordat je het hoort neerkomen. Een creatief proces vormt nou eenmaal een betere thermometer dan een nieuwszender. Daarom zou Rutte er beter aan doen een uur per dag met Hans Teeuwen in bad te zitten, dan te luisteren naar Halbe Zijlstra. Ik ben van mening dat we ons hoofd beter gebruiken, als we niet nadenken.’
 
        Ik hamer gewoon graag op zere plekken
 
Schrijf je met een politieke lading?
‘Nee, mijn teksten zijn apolitiek, domweg omdat ik iedere vorm van politiek een farce vind. Zolang mondiaal het fossiele geldsysteem niet wordt vervangen, is politiek bedrijven niets anders dan hopeloos dweilen met de kraan open. Iedere politicus die het verrotte geldsysteem niet bovenaan de agenda heeft staan, speelt toneel. Fuck them all, tot iemand dat hete hangijzer grondig aankaart. Ik heb belangstelling voor de wereld om me heen, maar ik kan geen interesse voor politiek opbrengen, ook al komt het misschien zo over. Ik hamer gewoon graag op zere plekken.’
 
Zoals?
‘Het feit dat hypocrisie zich zonder het kledingadvies van een religie veel te veel blootgeeft. Dat de moderne slavernij conservatieve trekjes begint te vertonen. Dat de verdeling van welvaart en de toren van Pisa niet meer dezelfde hellingshoek vertonen. Van die onderwerpen waarmee je op een feestje de sfeer echt goed verknalt.’
 
Dragen liedjes bij aan die discussie?
‘Dat lijkt me wel. We hebben songs, films en boeken harder dan ooit nodig om kritisch te blijven. Om een glimp van de werkelijkheid op te vangen. Verbeelding is de beste tolk van de realiteit. Zo kostte het me schrikbarend weinig moeite om de tekst voor Puppet Play uit de krantenkoppen te destilleren: I sold my conscience yesterday / Today I have no shame / As long as there are guys like me / It will always be the same. Een verbeelding van nog geen honderdvijftig woorden, die je toch maar mooi een jaarabonnement op het Financieel Dagblad uit kan sparen.’
 
Kun je de realiteit veranderen?
‘De realiteit is een proces, beïnvloedbaar als een organisme. Het is een systeem dat reageert op prikkels. We moet het wel willen veranderen. Er zijn redenen genoeg. Neem het gesjacher dat ons zo remt, het kinderachtige gehannes met wapens, vastgoed, leningen en olie. Overbodig, ouderwets en haat zaaiend.
‘Sinds de Paniek van 1907 houdt het Westen de wereld in een kunstmatige winterslaap. Da’s langer dan Doornroosje’s coma. Kus ons wakker alsjeblieft, voordat de volgende nachtmerrie opduikt.’
 
Ben je de afgelopen jaren pessimistischer geworden?
‘Nee, ik denk juist minder. Ik besef iedere dag een beetje meer dat grote zaken op angst teren, maar dat kleine dingen boordevol liefde zitten. En het aardige is, dat er veel meer kleine dingen zijn.’ •

 
Concertgebouw De Vereeniging / Stadsschouwburg Nijmegen en UIT Nijmegen Magazine • Okt 2015

2012 sept EN - Allegro USA & Canada

Rood Adeo – Mindful Indiffference
 

Rood Adeo is a versatile artist: singer, poet, composer and multi-instrumentalist. His unique voice seems to be the voice of life itself: beautiful and painful at the same time. When you ask Rood to describe his new album Mindful Indifference, he answers: “Close-mic’d, no fuzz.” And that is exactly what it is: an extraordinary compilation of fifteen beautiful, intimate songs.

(Allegro [a division of Allegro Media Group Portland, New York, Los Angeles, USA & Canada], September 2012 {p. 11} - Street Date September 11, 2012/Order Due Date: August 21, 2012)

2012 oct NL - Mindful Indifference

Nieuw album van ROOD & Nighthawks at the Diner in de maak
Behoedzame onverschilligheid

Het tempo zit er weer aardig in. Verscheen zijn voorlaatste Nighthawks at the Diner-album nog geen twee jaar geleden, de nieuwe cd Mindful Indifference staat al op stapel. Voor frontman, tekstschrijver, componist, zanger en multi-instrumentalist ROOD is het schrijven van een lied steeds wezenlijker geworden.

Voor je vorige album 'Perfect Life' heb je zes jaar de tijd genomen, voor 'Mindful Indifference' achttien maanden, heb je haast?
‘In die zes jaar heb ik me niet gewijd aan een volledig studioalbum. Ik ben wat meer met andere muziek bezig geweest. Projecten rond Nina Simone en Frank Boeijen. Bovendien heb ik me destijds nogal compulsief op klassiek pianospel gestort, om mezelf ervan te overtuigen dat de linkerhand ook op latere leeftijd de snelheid van rechts nog kan bereiken. Een leerzame doch grove misrekening van mijn kant. Temeer omdat ik twee linkerhanden schijn te hebben.
‘Maar inderdaad, sinds het vorige album heb ik de smaak weer te pakken. De meeste nummers zijn af, nu de afronding nog. Haast heb ik niet. Maar ik kan er tegenwoordig slecht tegen een half nummer tijdelijk weg te leggen. Zodra ik weet welke kant het op gaat, moet het ook af. Ook nogal compulsief, bedenk ik me nu.’ 

‘Is dit de strik- of
de bonusvraag?


Waarom schrijf je nummers?
‘Is dit de strik- of de bonusvraag? Daar ga ik eens goed over nadenken terwijl ik buiten wat rook.
‘Naast liefhebben, lijkt mij het creëren van tekst en muziek het meest wezenlijke wat een mens kan doen. Het wezenlijke of volstrekt zuivere schuilt naar mijn mening ook alleen in de dingen die níet nuttig zijn, en toch waarde hebben. Voor mij zijn tekst en muziek daar ultieme voorbeelden van.'

Waarom zijn nuttige dingen niet wezenlijk?
‘Nou, wanneer ben ik nou echt bezig met iets dat het wezenlijke van een mens benadert? Ik bedoel, alle gewervelde dieren paren, slapen, vergaren en bereiden eten, communiceren en schijten. Zelfs mooie huisjes bouwen, is dieren niet vreemd. In al die kwesties is de mens dus totaal niet uniek. 
‘Ook de typisch menselijke uitvindingen zijn toch slechts substituten voor eigenschappen die we al bij onze geboorte cadeau hebben gekregen? Neem de auto. Die vervoert je prima, maar rennen konden we al. Een deurbel doet z’n ding, maar kloppen werkt ook. Griep duurt zónder dokter zeven dagen, mét dokter een week. En met een TomTom kom je er wel, maar naar de weg vragen is een fijn excuus om die krullendroom aan te spreken.
‘In concreto leveren al die uitvindingen ook geen fuck op. De belofte dat het leven er makkelijker door zou worden, is ronduit een leugen. Nog nooit hebben zoveel mensen op de vlucht moeten slaan. En het merendeel van diegenen die niet hoeven te vluchten, geeft zich apathisch over aan vrijwillige slavernij om gadgets aan te kunnen schaffen. None of us are free zong Solomon Burke, en gelijk had-ie.
‘Valt het jou niet op dat aan al die zogenaamd handige uitvindingen een enorm nadeel kleeft? Ze kosten geld en tijd, vreten energie, verontreinigen, maken je passief, afhankelijk of DomDom. Zelfs bij de gezondheidszorg kunnen we heel wat vraagtekens zetten. We zadelen steeds meer generaties met enorme overbevolkings- en vervuilingsproblemen op. Het kan niet anders of onze kleinkinderen worden gedwongen een horrorscenario als Soylent Green op ons los te laten. Eigenlijk mensonterend asociaal.
‘Techniek in het algemeen is totaal niet wezenlijk. Tijdelijk comfortabel misschien, maar zeker niet wezenlijk. Ons fabuleuze kabinet wil ons ervan overtuigen dat kunst overbodig is en dat de gedagdroomde Nederlandse kenniseconomie technieken op zal leveren die alle problemen oplost. Wie het gelooft krijgt een piano, voor mij is het de wereld op z'n kop.
‘Bedankt overigens voor deze vraag. Een goeie aanleiding om Lucebert of De Montaigne van stal te halen. Of de magnetron uit het raam te slingeren.’ 

‘Geen sex op
het eerste afspraakje’


Waar haal je je inspiratie voor je teksten uit?
‘Eigenlijk haal ik die nergens meer uit. Voorheen zou ik geantwoord hebben: uit m'n verleden, uit boeken, films en gesprekken, maar die vlieger gaat niet meer op. De muziek zelf doet meer het werk. Ik fluit, zing of speel een schetsje dat opborrelt en neem dat op met een spraakrecordertje. Daar bouw ik vervolgens partijen omheen. Gaandeweg die handelingen onstaat er vanzelf een behoefte aan woorden. Het ritme, de klank of de harmonie van de muziek nodigt zelf een strofe uit. En de woorden wandelen er dan eigenlijk ook zelf naartoe. Soms wat aarzelend; woorden zijn nou eenmaal meer verlegen dan muziek.
‘Eigenlijk ben ik een passieve huwelijksmakelaar tussen muziek en tekst geworden. Beide hebben sowieso al een erg sterk verlangen elkaar te ontmoeten. Ik hoef alleen maar een beetje te bemiddelen. Het enige advies dat ik ze in het begin meegeef, luidt: “Geen sex op het eerste afspraakje.” En zelfs daar houden ze zich in de meeste gevallen niet aan.’

Wat ik van 'Mindful Indifference' heb beluisterd, is zeer veelbelovend. Ik hoor een nieuwe John Lee Hooker, Nick Cave, John Cale, Tom Waits en zelfs Neil Diamond.
‘Helaas heeft geen van allen mij een nummer toegeschoven, je zult het met mij moeten doen. Ik hoop maar dat je daar ook blij van wordt. Ik zal - als ware Jung-adept - jouw associaties eens proberen te duiden: je noemt Hooker omdat zijn werk ook ongepolijst is. Nick Cave heb ik in Polen van dichtbij mogen meemaken: die soberheid lust ik ook wel. Waits noem je vanzelfsprekend vanwege de klankkleur van de stem en de vergelijking met John Cale gaat op omdat hij, net als ik, muziek vanuit een klassieke hoek benadert. Toen je Neil Diamond noemde, verslikte ik me even, maar ik merk dat je er behoefte aan hebt je waardering voor romantische eenvoud te ventileren. Dat mag hier. Ontspan. Wees jezelf. Weet trouwens wel dat ik voor zo’n historisch-analytische duiding een uurtarief hanteer.’

De sound op 'Mindful Indifference' is anders dan we van je gewend zijn. Wat is er veranderd?
‘Ik heb voor het eerst een poging gedaan het hele traject zoveel mogelijk in m'n uppie te doorlopen, vanaf de allereerste schetsen tot de definitieve tracks. Het ene spoor over het andere spoor inspelen. De eerdere partij dicteert de latere. Als sedimentlagen bij bodemafzetting. Die manier van werken hoor je wel terug: it hits rock bottom.’

Fay Losky ging op haar album 'Sound On Sound' ook zo te werk. Je hebt met Fay Lovsky gewerkt. Ben je door haar geïnspireerd?
‘Ik heb de eer gehad een duet met haar te mogen zingen op ons eerste album. Dat is niet hetzelfde als “ermee gewerkt hebben”. Maar ik kan me voorstellen dat haar album toentertijd op een soortgelijke manier is gemaakt. Zoveel mogelijk zelf instrumenten op een vier-sporenrecorder ketsen. Alles door één en dezelfde microfoon, jaren ’50-stijl.’ 

‘Een volle agenda is erger
dan een leeg hoofd’ 


Waarom koos je voor een solistische aanpak? Is samenspel niet het hoogste goed voor een musicus?
‘Daar heb je een punt. Dingen die je in je eentje doet, kun je eigenlijk net zo goed níet doen. Maar “ieder nadeel heb’ z’n voordeel”, om met Cruijff te spreken. Werken met veelgevraagde bandleden legt nou eenmaal beperkingen op aan de beschikbare tijd sámen. We zitten niet meer in de jaren zeventig, toen een zee van tijd nog prima in een weekendtas paste.
‘Het juiste momentum tussen bandleden is moeilijk te plannen en nog moeilijker te vangen. Vooral in een studio. Hoe prettig een studio ook is, er hangt altijd tijdsdruk. En je kunt iedere partij vantevoren wel tot in detail instuderen, maar dan loop je het gevaar dat de boel kapot is gespeeld voordat je aan opnemen toekomt. In een studio ligt dat opgewarmde spinaziesyndroom altijd op de loer, meestal achter de frisdrankautomaat.
’De relaxedheid die ik tijdens mijn only-the-lonely-aanpak ervaar door de afwezigheid van tijdsdruk, toont voor mij opnieuw aan dat een volle agenda erger is dan een leeg hoofd...’

Je bent nogal wat studio’s gewend, waaronder niet de minste: Wisseloord, Xapa. Miste je die expertise niet?
‘Jawel, non-stop. Iedere soundscheet die ik wil bereiken, kost belachelijk veel tijd. Maar ja, ieder mens heeft het volste recht op z’n eigen bek te gaan. Artikel zoveel van de Universele verklaring van de Rechten van de Mens.
‘Maar het voordeel van zelf aan de knoppen draaien is, dat je dichter bij de bron blijft. Ik had nogal een voorkeur voor het geluid van mijn eerste demo voor Mindful Indifference. Met zo’n voorkeur kun je twee kanten op: met een zak geld naar een professionele studio hollen en hopen dat die sound te reproduceren valt, of vanuit de demo zelf gaan bouwen. De laatste heeft in ieder geval een aardige uitdaging opgeleverd. En obstakels natuurlijk. Dus voor de uiteindelijke mix en master zal ik zeker te rade moeten gaan bij de experts. Met name Loek Schrievers en Hessel Herder vertrouw ik blind. Eigenwijsheid is leerzaam, maar er zijn grenzen.’

Je speelt bijna alle partijen zelf. Zang en piano natuurlijk, maar ook veel gitaar. Ben je van metier gewisseld?
‘Een gitarist zal ik nooit worden. Denkend vanuit de piano, kan er wel een beetje mee uit de voeten, maar volgens mij kun je nieuwe instrumenten na je 26e niet meer écht incorpereren. De eerste kennismaking moet voor die tijd tot stand zijn gekomen, anders blijft het toch pielen vanuit het verstand. Net zo onbeholpen als bejaarden met een elektrisch apparaat. Denk aan je oma die de door jou goedbedoelde DVD-speler aan de praat probeert te krijgen om Gone With The Wind eindelijk nog eens te kunnen zien: mócht 't haar al lukken, dan belt ze je toch verontwaardigd op met de mededeling dat Clark Gable er in 1939 héél anders uitzag...
‘Natuurlijk, niemand beheerst een instrument volledig, maar het kan wel als verlengstuk van jezelf fungeren. Als je over je techniek niet na hoeft te denken, ontstaat er ruimte voor de feel. Voor mij is er op gitaar dus nog wel hoop, zolang ik mijn partijen maar op het Jip-en-Jannekeniveau houd. Niks mis mee, die verhalen worden ook nog steeds dagelijks gelezen.’

Jouw werk kan prima wedijveren met het werk van internationale grootheden. Wordt het niet eens tijd voor een doorbraak?
‘Wie weet? Men is hier sinds 1953 natuurlijk wel op zijn hoede voor grote doorbraken... Bovendien geven hoge bomen ook veel brandhout. Het succes van een singer/song-writer, schrijver of schilder is voornamelijk afhankelijk van geluk. We zijn strandballen bij windkracht 9, zeker in ons flatuleuze Nederland. Wie voor de roem en het geld gaat, zal dus een doos tissues bij de hand moeten houden. 
'Maar ik beschouw mezelf al als een geluksvogel. Al vijftien jaar lang voor publiek op kunnen treden op de mooiste podia, nummers uitvoeren met fantastische musici, werken met uiteenlopende artiesten. Dat blijven kadootjes.  Daarnaast biedt het werken aan een album heel veel. Er ontstaat iets dat ervoor nog niet was. Voor mij vrij wezenlijk, dus. Het weerhoudt me ervan hardop tegen anderen te praten en houdt me van de straat: beide goede doorbraken. Ik vertrouw erop dat Mindful Indifference, net als voorgaande albums, zijn weg naar zielsverwanten ook weer vindt. Dit jaar, rond september, zonder TomTom.' •

Zanger, tekstschrijver, componist en multi-instrumentalist ROOD ADEO (Nijmegen, 1970) is oprichter en frontman van de Nederlandse band ROOD & Nighthawks at the Diner. In hun 'filmische' muziek zijn invloeden hoorbaar uit de jazz, blues, rock, folk en klassiek, waarbij de associatieve teksten en de hese, eclectische stem centraal staan.
Rood werkte onder meer met Fay Lovsky, Emanuel Pessanha, Maud Mulder, Ernst Daniël Smid en Frank Boeijen.
Bezetting: ROOD (teksten, zang, piano, gitaar, e.a.), Toon Meijer (saxofoons, klarinetten), Pieter Klaassen (gitaren), Bas Rietmeijer (contrabas), Thijs Verwer (drums & percussie).
Albums Fool’s Tango, Walkin’ On Eggs, How About The Next Millennium, Transit Cellophane en Perfect Life.
Het nieuwe album van ROOD ADEO, Mindful Indifference , verschijnt in 2012.
(zie ook: www.roodadeo.com)

 
 

2012 oct NL - Hifi.nl

Rood Adeo – Mindful Indifference
Misschien wel één van de meest opmerkelijke albums van dit jaar stamt van Rood Adeo. Mindful Indifference zag onlangs het levenslicht na achttien maanden schrijven. Rood, bekend van zijn projectnaam Nighthawks At The Diner, is een 42-jarige vrijgevochten geboren Nijmegenaar die al sinds 1997 muziek schrijft, uitbrengt en leeft. Zijn achtste album is echter een nieuwe weg voor Rood.
Maar liefst vijftien tracks schreef Rood voor Mindful Indifference. De achttien maanden die hij nodig had om tot dit album te komen, hebben een andere invulling gehad dan zijn vorige muzikale persingen, want voor dit album heeft hij niet alleen zijn tijd ingevuld met musiceren, maar ook met produceren. Die eigen aanpak heeft een wel erg opmerkelijke plaat opgeleverd. Mindful Indifference is namelijk een ruwe diamant aan de ene kant, terwijl ieder geluidje, elke plaatsing van instrumenten in het geluidsbeeld en iedere zucht van de dichter/ zanger/ componist en multi-instrumentalist bewust in de opname is geplaatst en zo het evenwicht brengt. Zij het op een onconventionele manier. Naast het uitvoeren van de nummers heeft Rood Adeo ook het overgrote deel van de productie en mixage in eigen hand genomen, hier en daar met wat hulp van Loek Schrievers en Henk Wanders. Het album heeft een bewuste titel en handelt veelvuldig over Rood’s wens dat de mens in onze huidige maatschappij de illusie van controle eens los zal laten om echt te leven, spelen, leren en begrijpen. Bewustwording. Of zoals Rood het zelf zegt: “Vrijheid van geest bestaat alleen op plaatsen waar de illusie van controle is onttroond, of beter nog, afstand heeft gedaan van zichzelf.” Een dichter waardig.
De muziek houdt het midden tussen een mix van neo-vocale jazz met invloeden van blues, rock en een flinke schep folk. Aan de ene kant ongrijpbaar melancholisch, aan de andere weer tastbaar door de toevoeging van ballad-achtige tracks. Mindful Indifference is een luisteralbum, een muzikale reis langs de diepzinnige hersenkronkels van een groot dichter die zijn publiek nog lang niet heeft mogen bereiken. De vergelijking van Rood's stem met die van Tom Waits is terecht, hoewel Adeo meer tastbaar is. Wel een eigen geluid, gelukkig. Vrijwel alle tracks zijn door Rood Adeo zelf gespeeld en gecomponeerd, behalve Phil Spector's 'To Know Her Is To Love Her', dat in deze uitvoering niet misstaat op Mindful Indifference. En naast zang, gitaren, orgel, keyboards, drums en percussie, bas en nog veel meer instrumenten heeft Rood dit album zelf opgenomen met een ouderwetse manier van opnemen en voor alles diezelfde microfoon. Dat maakt dat de masteropname zo rauw is, en dat er wat ruis en zelfs wat achtergrondgeluiden hoorbaar zijn, maar vooral zorgt het voor een magische sfeer die zweeft tussen melancholie en romantiek. De blaadjes vallen weer, en dit is wellicht een perfect album ter begeleiding! •
Erik de Boer - Hifi.nl

Lees meer

2012 oct EN - Mindful Indifference

'A quest for rags of love'
Adeo's new album Mindful Indifference


More than fifteen years,  Rood’s versatility as singer, poet, composer and multi-instrumentalist has been characterized by his appearance as front man of NATD and his albums Fool’s Tango, Walkin’ On Eggs, Transit Cellophane, and Perfect Life. His songs are being decribed as ‘jazz in a tango-vehicle, trashcan blues, harrowing ballads and grubby vaudeville suites’. Melancholic yet raucous. Nightclub music. With his latest album Mindful Indifference, Rood’s songs are being put out in the open field. They breath air, some with life-affirming joy, some full of loneliness. A delicate album, on which Rood’s timing and feel, his gorceous voice, the guest appearances and remarkable tributes all are being brought to daylight.

Why this title Mindful Indifference? Rood: ‘It’s a kind of a wish. Wishing we all get to be a little bit more indifferent about a lot of things. I mean, we’re trying so hard to fix everything in our present-tense culture, levelling and standardizing things. More and more we’re inflating The Big Illusion of Control, again. I guess we just got to let go more often. In a careful deliberate manner. Mindful indifference, there it is. Deflate the illusion of control over our lives, over nature, over other people. Maybe most of all, deflate the illusion of control over love. Celebrate imperfection more often. Take some time to play, learn, understand, and enjoy the ride. Freedom of mind only exists in places where the illusion of control has been dethroned, or better yet, has abdicated itself.’

For his latest album, Rood picked up all instruments himself, letting go of his vast formation, and started experimenting recording his songs the old-fashioned way: single-miced. Rood:
‘It happened I came to work with what I now call ‘the natural imperfection of the environment’. I started recording the first demos on weird locations, not fit for acoustic accuracy. But along the way, I got used to the sound of these ‘imperfect’ rooms. I figured, my ears don’t bother whether the notes are being played in a controlled or in an out-of-control setting. My ears don’t care whether this progression was a balanced decision or just coincidence. Who cares how this particular chord made it to the record? That’s why I continued experimenting without sound-proof booths, overdubbing, click-tracks, noise reduction, and so on. Just sound-on-sound, using the same single mic. You hear the limitations in the master files, the background noise and the distortions, but it turned out to be what I wanted to hear.
The album has become a Don Quichot-like quest for little rags of love, taking place in a rather utopic time. A time in which the throw of a kiss at the station will be of more importance than a fist-fuck in a damp alley. A collective longing,  I guess, but I'm not too sure.’
Sunday October 28th, 2012, Concerto/Platomania, Amsterdam



ROOD ADEO and NATD attended Plato's music venue Gigant on Sunday May 18th, 2003
Amsterdams Dagblad
: Rood Adeo & NATD: Modest and intelligent


 

2012 nov NL - OOR



Rood Adeo – Mindful indifference


Bij het lezen van de naam Rood Adeo dacht ik nou niet bepaald direct aan een 42-jarige singer-songwriter uit Nederland die al sinds 1997, vooral onder de naam Nighthawks at the Diner, zorgvuldig metselt aan een muzikale carrière. En dus komt het de Nijmegenaar goed uit dat hij met zijn album Mindful Indifference een belangrijke mijlpaal slaat in het interessante muziekfundament. Vooral omdat de zanger/dichter/liedjesschrijver met de aan Tom Waits refererende stem, een huzarenstukje aflevert dat we met z’n allen toch eens moeten gaan ervaren. Gratis tip van uw recensent. Het album vervult je afwisselend met moddervette melancholie (Time To Go Home, Phil Spector’s To Know You Is To Love You en het adembenemende Die From Love), uptempo folk (Love Me) en een tikkeltje soul (het instrumentale Windfall Jelly). Prima als soundtrack voor het huidige jaargetijde. (...) Het maakt mede dat ik resumerend kan concluderen dat Rood Adeo met Mindful Indifference zich nadrukkelijk in de kijker van de muziekliefhebber met een herfstsmaak plaatst. •

Hans van der Maas • OOR / wordpress.com • nov 2012
Lees meer
 

2010 jan NL - Fret Magazine

‘Hopeloos romantisch...’ 

De Nijmeegse zanger/componist/toetsenist Rood heeft een nieuw album vol broeierige songs, bizarre humor en bakken melancholie en romantiek afgeleverd. Op de hoes van het vijfde album Perfect Life is de naam ROOD na twaalf jaar toegevoegd aan de oudere bandnaam Nighthawks at the Diner, naar het derde album van Tom Waits uit 1975. Om van die eeuwige Waits-stempel af te geraken of speelden er andere zaken een rol?

“De toevoeging van mijn naam heeft meer te maken met de nieuwe start bij een andere platenmaatschappij en het feit dat deze cd nu echt nog meer een eigen legsel is. Vroeger werkte ik meer met co-auteurs. Voor Perfect Life is minder vanuit de band gedacht en gearrangeerd.” Dat de bandnaam bij sommigen een associatie met Tom Waits oproept, heeft ROOD nooit als een bezwaar gezien. “We houden dat vertrekpunt bewust in ere. Mensen die weten waar de bandnaam vandaan komt, rekenen we graag tot ons publiek.”

ROOD kan lachen om de vergelijkingen waarmee journalisten op de proppen komen. Hij hoorde, naast Waits uiteraard, namen vallen als Van Morisson, John Cale en Robert Wyatt. Van die laatste twee heeft hij niet eens platen in zijn kast. “Allemaal mooi, maar ik laat me liever beïnvloeden door werk uit de achttiende eeuw en de crooners uit de vorige eeuw. Van kinds af aan ben ik al Frank Sinatra-adept. En die invloeden hoor je dan ook terug. In covers Lost In The Stars en The Other Woman, bijvoorbeeld. Dat zijn hybriden: klassiek en crooner ineen. Voor mij allemaal belangrijker.”

Het merendeel van het werk van ROOD op de nieuwe cd is van zijn eigen hand. Hij opereert er meer dan ooit als een gepassioneerd verhalenverteller. ROOD: “Een achttal tracks op de cd stammen direct of indirect af van een ‘klassiek’ werk voor piano en orkest waaraan ik anderhalf jaar heb zitten sleutelen. Dat had als gevolg dat dit keer veel muziek er eerder was dan de woorden, en daarmee leg je je meteen een enorme beperking op in de tekstvorm. Niet in wat je wilt vertellen, want teksten waren er genoeg. Maar ik kon niet alles gebruiken. Er is nog even een dubbelalbum overwogen, maar nu ligt er ten minste nog wat op de plank.”

Het werk van ROOD verjaart niet zo snel. Hij is daar ook wel blij om, of beter, is eigenlijk ook wel op zoek naar een bepaald soort eeuwigheidswaarde. “Daarom groeit mijn platenkast ook nauwelijks. Ik koop pas een album als ik er zeker van ben dat ik het over tien jaar nog wil draaien. De eerste cd’s van Dayna Kurtz en Madeleine Peyroux hadden ook dit jaar opgenomen kunnen zijn, net zoals mijn versie van dat nummer van Kurt Weill net zo goed in 1948 opgenomen had kunnen zijn. Dat is het voordeel als je van akoestisch geluid uitgaat. Door gebruik te maken van hypes in sound klinkt het vaak eerder gedateerd.”

Niet alleen in zijn muziek, ook op zijn teksten is de nu 39-jarige ROOD steeds kritischer. “Ik laat ze langer rijpen. Er wordt meer geschaafd en geschrapt. Meer dan vroeger. Als je ouder wordt, kun je beter afstand nemen. Toch komt er een moment waarop het zowel muzikaal als tekstueel goed zit. De overtuiging dat er iets in zit dat niet meer te verneuken valt. Dan ben je bij het definitieve aspect van een nummer aanbelandt. Daar blijft ook live, in theaters of het clubcircuit, altijd iets van over, in hoeveel verschillende versies je uiteindelijk een song ook giet.”

Op de cd is een opvallende gastrol weggelegd voor de klassieke bariton Ernst Daniel Smid, die grappig genoeg een rol vertolkt in een song over tatoeages. Cynisme en humor zijn ROOD niet vreemd, maar in de meeste verhalen zit toch vaak iets melancholieks. ROOD: “Het leven is niet veel meer dan een welwillende stoofpot. Er drijven goddelijke en duivelse ingrediënten in. Knollen uit het verleden en sukadelapjes uit de toekomst. Snufje lijden, eetlepel liefde. Ik zie melancholie en humor als de enige pannenlappen waarmee je de hele flikkerse zooi aan kunt pakken. Die dualiteiten vechten binnen individuen net zo hard om aandacht. Zelf ben ik wel extravert, maar ik bezit net zo goed een donkere, introverte en extreem romantische kant. Ik geniet net zoveel van Fight Club als van een sentimentele huilvrouwenroman. Ik pleit voor meer romantiek, zelfs als die naar Mary Poppins ruikt. Frank Boeijen noemde mij in het blad Heaven een oude ziel. Ik voel me vaak eerder een ouwe zak, want dit genuil over romantiek klinkt zelfs voor mijn generatie hopeloos belegen. Laat staan voor jongeren, die romantiek vaak al verwarren met gonorroe of Polanski .”

Willem Jongeneelen Fret Magazine, Januari 2010
 

2010 dec NL - VPRO

Voor mensen met oren aan hun hoofd
‘Onder leiding van hun voorman ROOD begeeft Nighthawks at the Diner zich, muzikaal gezien, zeg maar, in de vochtige kelders, natte straten en druipgrotten van de pop- en jazzmuziek. Waar verloren zielen staren in hun glas en denken aan wat was. Ze hebben hun naam niet voor niets ontleend aan de beroemde live-elpee van Tom Waits uit 1975 die op zijn beurt weer leentjebuur speelde bij niemand minder dan schilder Edward Hopper.
Maar goed, waar het om gaat is dit: NATD (om hun naam even af te korten) is zo’n band voor mensen met oren aan hun hoofd. Want ze schreeuwen niet, maar ze fluisteren zich een weg naar binnen, en pakken je dan meteen bij je ziel, zoals bands als de Tindersticks, Nick Cave en, inderdaad, Waits dat kunnen.
De krakend heesche stem van ROOD roept een sfeer op van melancholie, vergankelijkheid, verlangen en triomfantelijke mislukkingen. Al die romantische gevoelens worden met groot muzikaal vakmanschap gebracht, mede door de inbreng van Toon Meijer (saxofoons & klarinet), Pieter Klaassen en Loek Schrievers (gitaren), Bas Rietmeijer (contrabas) en Thijs Verwer (drums & percussie).’
Jaap Boots in VPRO’s Shouting Boots

2009 okt NL - Perfect Life

Perfect Life

Eindelijk, een nieuw volledig album van Rood Adeo en zijn Nighthawks at the Diner. Zes jaar gingen voorbij sinds het uitkomen van dat geweldige album Transit Cellophane; een periode waarin alleen hun concerten nog troost boden: en dat deden ze ook. Live blijft deze band een klasse apart. Desondanks werd het hoog tijd voor een nieuw album, en gelukkig is het zover: Perfect Life

Een kleurrijk en meesterlijk album, dat het best omschreven kan worden als de meeslepende soundtrack van een film die nog geschoten moet worden.
Neem het nummer ‘Lost For Words’: een wulpse dans, maar rauw en melancholisch. Het tango-achtige nummer ‘Rosemary’ herinnert je aan die ongrijpbare, onbetrouwbare vrouw waaraan je maar wat graag voorgesteld had willen worden. En terwijl ‘Left Right Soldier’ je in een gemeen, tergend tempo bijna verstikt, wandelen blind vertrouwen en acceptatie hand in hand in ‘The Master Is Away’.
Adeo verschijnt op het album als een doorgewinterde verhalenverteller; verhalen die twijfelen tussen passie en verslagenheid, tussen romantiek en doodswens. Verhalen, die aan de luisteraar de keus laat tussen het bedrog van je beste vriend (‘Perfect Life’), toewijding en overgave (‘Losing Hand’) of een eenzame openbaring van hypocrisie (‘The Other Woman’).
Mede door de prachtige sound (van producer en studio-engineer Loek Schrievers) klinken sommige nummers alsof ze verpletterd worden door een teveel aan zwaartekracht, terwijl anderen juist helder en romantisch op lijken te lichten. En ondanks die verscheidenheid, blijven alle nummers op Perfect Life ijzersterk overeind, ondersteund door solide bass en drums, teksten met diepgang en hemelse gitaar- en saxlicks. De nummers moeten eenvoudigweg zo klinken, he is nou eenmaal de manier waarop ze ademen. Dit hele album is een prima excuus voor de zes jaar zonder. (CK)

Oktober 2009, Words & Music, Socan/Stemra - McKenzie

 

2009 oct EN - Perfect Life Socan



From Abroad: ROOD ADEO

 
‘There’s no perfect performance. Every phrase, every note, every chord and every move on stage, should be like it’s your first. The first one in that particular momentum.’

 
Dutch singer-songwriter ROOD ADEO (1970) has released a new album: Perfect Life, fifth in line of a powerful oeuvre. His songs embrace jazz, rock, blues, folk and classical styles, with an emphasis on very strong ballads. With his distinctive yet romantic voice and melancholic lyrics, Rood Adeo is the perfect candidate for October’s From Abroad.
 
Rood Adeo: ‘To me, music is the fruit of inevitable coincidences. It’s an ongoing process in the form of a relay race. There’s no need to chase new songs. We receive them, we can’t grab them.
‘Genuine music shows up by itself, when its time has come. Like solutions do. That’s why paintings offered to me as a gift are more precious to me than the ones I stumble upon in a gallery. The relation between the giver and the receiver is what counts, not the gift.
‘Music invites itself in and wants to be accepted. But without proper introduction and understanding, new songs are like neologisms. Hilarious while sitting at the bar late at night, but they suck the next morning. Especially telling them to your partner. They have no value without the proper context.
‘The same goes for progression in music. It’s not an individual process, you need the Zeitgeist as a blocker. Played in the wrong era, a weird  rhythm, a strange chord sequence, an awkward additional riff, won’t survive. It’s often too premature. Sometimes though, in the break of time ‒ the right time ‒ it’s genius.
‘As an individual, you can deepen, but it’s a waste of energy trying to force an entry. The same way the Devil can’t mess with free will, we can’t fool the Zeitgeist. An individual may have the ability to roam around the sandbox of trial and error, but only Time knows whether your actions will hit shit or not. So in writing new songs, I try not to mess with free will and start off by chewing a hole in a piece of Zeitgeist. I’m a determinist forging lottery tickets.

 
‘Music’s not about the notes or words, it’s all about perspective and consciousness shifting constantly. That’s why there’s never a dull moment in one single piece of music. It’s unique, every second of your day.’
 
Talking About… Rood Adeo
Dutch multi-instrumental guitarist Wout Pennings: ‘We met in 1994, just before I started with my Portuguese group Quatro Ventos. Back then, Rood co-owned a pub I used to frequent in our hometown. I recorded his first demos at The Shuffle, a legendary venue in the city of Nijmegen. I remember playing a new guitar on his ballad 'King In Yellow’. I still love that song, it’s one of his finest. I still love that guitar as well: a classical Takamine with a beautiful natural reverb, limited edition.
‘Since then, I’ve worked with Rood Adeo on many occasions, on stage and in the studio. He’s smart, knows his stuff. And he’s generous. Helped me out many times, when it really mattered to me, you know? Looking after my dogs, my health, without being asked… He behaves like a Molotov occasionally, but there’s nothing selfish about him. You don’t get to see that often in the music industry.
‘He’s one of the few songwriters I really do respect. For the way he plays is the way he is. It’s a kind of way few people can, and I’ve seen lots of people perform. He can use a song in a sense... It really becomes his vehicle, his weapon, his charm. It’s the way he touches people listening to him. They get under that spell. That’s why he has dedicated fans. It doesn’t matter whether I like it or not. Why argue with stuff that has nothing to do with him as a person? You know what I mean? It’s bigger than him. But he surrenders himself to that moment. Few can.
‘Working in the studio, he feels the result before anyone else notices. He can open a world with a note, and that note opens a new world in that world to him, with its own beauty. And you sense it, that new beauty. He’s like a drug, opening up new worlds. I guess he sometimes must have a hard time leaving the world he creates.
‘Of course, he’s lucky with that voice. I mean I’ve never met anyone that didn’t like his voice after hearing it. Listening to his album Perfect Life, I must say Rood and sound engineer Loek Schrievers crafted a great wild-eyed marvel.’
 
Highly Commended
ROOD ADEO - Perfect Life

 
‘At last, a new album by ROOD ADEO. Six years went by since their outstanding album Transit Cellophane was released, a period in which their concerts were the only consolations that could provide us with some relief. And yes, they did just that: live, this band creates an ambiance seldom felt. ROOD’s concerts have become breathtaking tributes to the audience, in which everything falls in place and where a spark touches everyone and induces euphoria. Yet, it was about time for Rood to be putting out a new album. And thank God, it’s there and it’s called Perfect Life.
Perfect Life can be described as the absorbing soundtrack to a masterpiece film that hasn’t been shot yet. A bizarre and colorful adventure, balancing between West Side Story and Seven. Take for example ‘Lost For Words’: a lush dance, but melancholic and raucous. The tangoish song ‘Rosemary’ leaves you dreaming of an unreliable girl you wish you’d been introduced to, because you know lost women are the most wanted. Whilst ‘Left Right Soldier’ chokes you with a menacing slow-motion beat, acceptance and rage take a hike together on ‘The Master Is Away’.
Rood Adeo casts a storyteller who has seen it, done it and been there: he’s clearly familiar with passion, recounting death-wish tales and leaving you the choice between your best friend’s betrayal (‘Perfect Life’), all-surrendering endearment (‘Losing Hand’), and the shocking revelation of hypocrisy (‘The Other Woman’).
Backed by a marvellous sound design, some of the tracks sound as if some monster thumb has been pressing them down toward the earth, gravity having at last done its dirtiest. Other songs are like feathers, listen to them fast or they may fly away. But all the songs on Perfect Life fight back with the aid of solid drums, inevitable lyrics and licks from heaven. These songs have to sound this way simply because it’s the way they breath.
From beginning to end, Perfect Life’s all about that Rood Adeo ambiance. An ambiance, telling different stories and bringing back memories in every song. Rood Adeo & NATD exactly know how to do what they do. Definitely, this album makes up for those lost six years without.’
 
By Chris McKenzie, W&M No.10 2009, SOCAN (in association with STEMRA, Dutch member of BIEM: for music creators and producers worldwide)
 

2006 oct NL - De Gelderlander

Niet doorbreken!
Volkomen ontspannen staan de heren op het podium muziek te maken. Beheerst tot in de puntjes, geconcentreerd zoals geschoolde musici dat doen, maar ook met een bevlogenheid waar je als toeschouwer direct door gegrepen wordt. Het plezier spat er vanaf het eerste nummer van af en dat blijft zo tot aan de tweede toegift.
Het podium staat boordevol met imposante instrumenten. Rood bespeelt als een routinier losjes een enorme vleugel, Pieter Klaassen is een kunstenaar op akoestisch- en elektrisch gitaar, Toon Meijer speelt uitmuntend tenor- en sopraansaxofoon, Jan Flubacher lijkt bescheiden, maar blijkt onmisbaar op contrabas, evenals drummer en percussionist Thijs Verwer, die achter op het podium waanzinnige ritmes te voorschijn tovert.
Hun muziekstijl is zeer divers: zowel jazz, blues, folk en wereldmuziek wordt ten gehore gebracht en zanger Rood blijkt ook klassiek niet te schuwen. Zowel in stem, tekst als muziek voert melancholie de boventoon. Maar het publiek krijgt geen gelegenheid om eens lekker onderuit te gaan hangen. Want na een prachtig fluisterlied volgt ogenblikkelijk een swingend bluesnummer of een stevige jazzsound. Voeg daarbij het authentieke stemgeluid van Rood en je bent verzekerd van de ene verrassing na de andere.
Tussen de nummers door babbelt de zanger losjes met het publiek. Hilarisch is nog het moment als zowel de rookmachine wolken blaast, Rood kettingrokend achter zijn vleugel zit en het rookalarm afgaat. "Ben benieuwd of dit theater er aan het eind van het concert nog staat", lacht de voorman zijn publiek sussend toe. Gelukkig is dat zo, want na zoveel muzikaliteit en juweeltjes van songs worden ook nog twee vette toegiften gegeven. Hoewel ze het dik verdienen, is het te hopen dat de heren niet doorbreken naar de grote zalen, want dergelijke intieme theaterconcerten zijn een lust voor iedere muziekliefhebber.•
Pien Koome, De Gelderlander, 17 oktober 2006

2004 jan EN - OOR

Live at CC Van Gogh: ROOD ADEO & NATD
 
‘By simple means the hall of the small theatre has been transformed into a nightclub. A sober spotlight thrown on a centered stage, surrounded by small ashtray-covered tables. The vibes are provided by the quintet ROOD & NATD. (...) With substantial lyrics, clever arrangements and a high dose of playfulness, the group around singer/piano-player ROOD creates a ambiance seldom felt in The Netherlands.(...) ROOD’s words and beautifully rasping voice impress, thanks to this man’s superior combination of intonation, timing and feel. You don’t have to be born in New Orleans, don’t have to sink up to your neck into a swamp, don’t have to hunt crocodiles in order to be a fascinating storyteller. Rood makes the audience gasp for breath with a note that falls silent; his dynamic band (guitar, sax, double bass and drums) moderates and makes them bang on their chairs. Nighthawks at he Diner looks further than Wait’s bar or Kerouac’s novel: European folk, Kurt Weill, smokey jazz and Balkan influences are part of their entertaining set as well. This company exceeds by virtuosity. First-class!’
Willem Jongeneelen - OOR nr.01, Jan 2004


 
 

2003 oct NL - Music Maker

Film of de muziek?
Interview met Rood Adeo, oktober 2003

Hoe komt een nummer muzikaal tot stand?
Rood: ‘In het beste geval is het een optelsom van vijf voorkeuren. Vijf uiteenlopende muzikale geschiedenissen. Singer-song, jazz, blues, Spaans, fado, klassiek en funk, die ieder op z’n eigen manier vertaalt naar zijn instrument. Per nummer verschilt de bezetting, en die bezetting bepaalt natuurlijk voor een deel de stroming. Daar wordt nou niet echt over nagedacht, en er ligt ook niemand wakker van. Muziek is muziek, wat mooi is, is mooi. Wij weten dikwijls niet waar het begint of eindigt. Het is maar net hoe de pet staat. Als je vijf mensen vraagt welke culinaire stroming hun voorkeur heeft, krijg je waarschijnlijk hetzelfde antwoord.’
 
Wijze van componeren?
‘Mijn teksten bepalen vooral de sfeer van een nummer, maar is niet dominant voor de vorm. Schrijven is schrappen en plakken. Wat tekst betreft zijn de mogelijkheden onbeperkt. Op ieder potje past een deksel, maar de helft van die combinaties gooi je het liefst aan gruzelementen. Bij sommige teksten past een fragiele bezetting; daarbij is de bijdrage van de totale band natuurlijk kleiner. Soms verandert de opvatting over de sfeer. Het nummer Cellophane is eerst opgenomen met een Sexteto Canyengue-achtige bezetting, met altviool. Maar ja, tijdens de uiteindelijke opnamedag hing er doeng-boem-pats-rock in de lucht.
‘De rode draad bestaat vooral daaruit dat we nummers lang de tijd en kans geven om nog alle kanten op te kunnen. Daarnaast worden we zelf weer beïnvloed door het live spelen. Daarin zit ook onze verwantschap met jazz: de vrijheid nemen om het te laten gebeuren. Live spelen is een heel ander muzikaal medium dan een album in een studio opnemen.
‘Maar een sterk nummer kan eigenlijk iedere toets doorstaan. Ook de verwende omgeving die Wisseloord Studios heet. Of een meer uitgebreide bezetting met strijkers, blazers of bijzondere toetsinstrumenten. En een sterk nummer moet ook een verkrachting te boven kunnen komen: kut livegeluid, een schaarse bezetting, veel omgevingslawaai. Je moet van goeden huize komen wil je een ‘noodzakelijk’ nummer om zeep kunnen helpen.’
 
Zijn effecten noodzakelijk bij het opnemen?
‘In principe draagt alles bij tot de sfeer. De tekst, de muziek, de instrumenten, het broodbeleg, de file én de effecten. Geen van ons steekt thuis energie in effecten. Gitarist Frank de Kleer wil zich door zijn randapparatuur nog wel eens laten verrassen, maar in principe zijn wij akoestische, conservatieve stijfkoppen. Dat wil niet zeggen dat wij er vies van zijn, integendeel. Effecten kunnen een enorme bijdrage leveren, mits goed gedoseerd. Maar het blijft oppassen geblazen: voor je het weet heb je het gevoel dat je met andermans creditcard kerstinkopen kunt gaan doen. Op het album Transit Cellophane zit tussen de band en de technicus duidelijk een natuurlijke wisselwerking. In de praktijk werkt dat als volgt: Hessel Herder trekt zijn doos van Pandora open, en doseert in de lijn van de sfeer die NATD oproept. Wij moeten op onze beurt donders goed weten wat we níet willen horen. Het is verdomme net een huwelijk tussen twee mensen met een verschillende nationaliteit.’
 
Ontstaan de keuzes m.b.t. arrangementen, bezettingen of effecten spontaan of worden ze van tevoren uitgewerkt?
‘Dat wisselt sterk. Wij zijn geen stelletje Jehova’s met een vastomlijnde overtuiging. We hebben wel een rotsvast vertrouwen in onze eigen voorkeuren en vraagstellingen. Soms blijkt de akoestische klank van een instrument de sfeer in te perken. En dan komen de vragen aan Hessel: “Kan die drum klinken als een haven? Heb je iets tussen piano en elektrische gitaar in?” Hij maakt de vertaalslag naar bijvoorbeeld een galmpiano. Je moet dan wel de luxe hebben dat je een creatieve knakker achter de knoppen hebt met veel verstand van zaken.
‘Ik heb voor Transit Cellophane wel het een en ander uitgeschreven. Met name het nummer The Hotel stond van a tot z vast. Dat gaf de mogelijkheid om dit nummer in ‘omgekeerde volgorde’ op te nemen: eerst de wurlitzer en de celesta, die je normaliter als fills zou gebruiken. Pas daarna de basis: piano en contrabas. Daardoor klinkt het heel breekbaar, als smeltende ijspegels.’
 
Hoe reageert de geluidstechnicus als er een speaker in de Steinway wordt gelegd?
‘Hahaha, nou, da’s eerder andersom. Ik heb twee dagen op de intensive care moeten bijkomen, omdat Hessel er een speaker in legde. Van de andere kant heeft NATD weer geruchten laten ontstaan, omdat ik rond de glasbak stond te schuimen, en vervolgens een stel flessen op de WC vulde tot ze de juiste toonhoogte hadden.’
 
Je hoort op Transit Cellophane veel vrije timing, gebruik je wel eens een clicktrack?
‘Eigenlijk is niets zo irritant als een clicktrack. Alsof je de 400 meter moet lopen, terwijl je weet dat iemand je bretels vastheeft. “Trekt-ie nou wel of trekt-ie nou niet?” Er is alleen een clicktrack gebruikt voor het nummer Cellophane, omdat ik daar uit noodzaak zelf drumde. En strak blijven met twee stokken in de handen is toch echt weggelegd voor een drummer… Dat is het voordeel van muziek maken waarbij vrije timing de kans kan krijgen. Frank heeft Cross-eyed Waltz ingespeeld terwijl hij aan een basketbalwedstrijd voor softenonpatiënten dacht.
 
Wat de fuck is een thumb piano?
‘Wij denken dat zo’n ding een sanza heet. Een Noord-Afrikaanse hybride van een stepwiel en een kalebas. Bob Wisselink had ’m verbazend snel in de vingers, maar hij eet dan ook regelmatig couscous. Het is een heel ludiek geval, dat alleen maar vragen lijkt te stellen.’
 
Gebruik je technische substituten tijdens live-optredens?
‘Het is voor sommige nummers aardig, om dat live ook te doen. Maar je sleept je een ongeluk en voor ons werkt het alleen in een goede setting, zoals een theater. En nogmaals, een sterk nummer kan zonder. Voor een album, dat vatbaar moet zijn voor herhaaldelijk afspelen is die luxe niet overbodig. Maar live blijft het verassend wat er uitkomt als je een nummer van een andere kant benadert.’
 
Plannen voor de toekomst?
‘Wij wachten op een telefoontje van een filmproducent met goede oren. Iedereen legt een link tussen onze muziek en film, al vanaf het eerste album. De nummers roepen onbewust beeld op. De vraag is dan ook wat er het eerst moet zijn: de film of de muziek?
‘Het album Transit Cellophane is gelukkig heel goed ontvangen door de pers en op de juiste plaatsen gedraaid. Toch is in Nederland pers en airplay niet genoeg. Wij moeten meer op de beeldbuis. Low-profile en underground heeft in Nederland ook z´n voordelen: we zijn nogal exclusief. Maar we willen ook volle theaterzalen in Maastricht en Den Helder, en niet alleen in obscure steden als Krakau of Karlshamn.
‘In de tussentijd blijven de nummers komen, in ons eigen geconcentreerde tempo. Het is inmiddels toch een soort stoelgang geworden. En van constipatie is nog nooit iemand blij geworden, dus zullen ze op z’n laatst in 2004 met behulp van Hessel hun uiteindelijke vorm krijgen.’•

Music Maker, oktober 2003

2003 mar NL - HP/De Tijd

Verlangen, dromen, geheimen
Verlangen, dromen, geheimen: het zit allemaal in de muziek van Nighthawks at the Diner. Je kunt het hebben over de fascinerende teksten, over de veelheid aan instrumenten, over de virtuositeit waarmee die bespeeld worden, over de stem van de zanger, maar misschien gaat het toch vooral om de sfeer. Ik besef meteen dat wanneer ik morgen weer naar Nighthawks at the Diner luister, graag, dat de sfeer weer een ander verhaal losmaakt of een andere herinnering. Maar er gebeurt iets. Hoe dan ook. Zulke muziek.
Thomas Verbogt - HP/De Tijd, Maart 2003

2003 mar EN - HP/De Tijd

Transit Cellophane - HP/De Tijd
 
‘Desire, dreams, secrets, love, intuition, lies and hypocrisy: ‘Heart and soul in everything’, could have been the mission statement of Rood Adeo & Nighthawks at the Diner.
Indeed, you could talk about the fascinating lyrics or the intriguing voice of front man Rood, or about the variety of instruments and the virtuosity they’re being played with. Yet maybe, it’s all about ambiance. An ambiance, telling different stories and bringing back memories in every song. Something is happening here, that’s for sure.’ (TV)
 
Thomas Verbogt – HP/De Tijd, March 2003

2003 feb NL - Music Maker

NATD's Sturm und Drang
Andermaal een juweeltje van Nighthawks at the Diner. Een melancholiek, dromerig, Waitsiaans werk, getiteld Transit Cellophane. Dit keer weer geheel zelf geproduceerd en dat is fantastisch gedaan. Afwisselend en sfeervol en zowel tekstueel als muzikaal interessant, met enkele voor de popmuziek niet zo gebruikelijke instrumenten. Zo hoor ik de theremin en mijn favoriet, de cello voorbijkomen in The Waltzes, The Polkas, And The Sad Songs en soleert de klarinet in het prachtige zeemanslied If We Get Back Home. I'm A Stranger Here Myself en Junie Needs A New Pair Of Shoes roepen weer beelden op van oude westerns, of films van Quentin Tarantino.
Elk nummer is een verhaal op zich en pure Sturm und Drang. Bassist Bob Wisselink verdient een compliment voor zijn arrangement voor het instrumentale The blue light. Magistraal.
Music Maker, februari 2003

2003 dec NL - Het Parool

Een haast onbeschrijflijk mooie avond

Het is de ochtend na het optreden van Nighthawks at the Diner, gisteren in het Parool Theater. En terwijl dit stukje wordt geschreven, klinkt op de achtergrond de stem van zanger Rood, op hun nieuwe cd Transit Cellophane. Sinds enige tijd behoren de Nighthawks voor mij tot de Hollandse top. Een poos terug speelden ze op het podium van het Rotterdamse Luxor Theater, na de première van Ernst Daniël Smids Masqué. ''Daar moet je eens wat mee doen, met die jongens,'' vond de zanger. En hij had gelijk.
Ondanks dat er stevig door hun muziek werd heengekletst ­- het was tenslotte een feestje -­ bleef hun sound ijzersterk overeind. Een vleugje Tom Waits (naar wiens Nighthawks at the Diner de band is vernoemd) en volgens anderen een onsje Chris Rea en John Cale. Allemaal waar. Maar met de doorrookte stem van zanger Rood (asbak onder handbereik) en de overige, fantastische, bandleden creëren de nachthaviken ook een heel eigen geluid.
''Mooier nog dan Waits,'' meende een bezoekster, die de band gisteren voor het eerst hoorde. 'Verlangen, dromen, geheimen, het zit allemaal in hun muziek,' zo beschreef Thomas Verbogt het enkele maanden terug in HP/De Tijd. Weer een ander probeerde de Nighthawks te vangen in de omschrijving: 'een sfeer van Berlijn jaren dertig'.
Maar de mannen van de Nighthawks komen natuurlijk het best tot hun recht als je hen hóórt. Zoals gisteren, toevallig een avond nadat een andere fan, Ernst Daniël Smid, bij ons te gast was. Beiden als voorproefje op aanstaande Amsterdam-concerten: Smid de 17de in het Nieuwe de la Mar, de Nighthawks enkele dagen eerder, op de 11de, in het Plein Theater.
Vooraf veranderden ze het Parool Theater in een eenbeetje rokerige, donkere nachtclub; zo'n club waar je tot in de late uurtjes wilt blijven hangen en luisteren. Maar de Nighthawks moesten nog uitvliegen naar verre oorden. Al kroop Rood, nadat de allerlaatste bezoeker was vertrokken, toch nog even achter de piano. Het was, kortom, een haast onbeschrijflijk mooie avond.
Corrie Verkerk - Het Parool, 03 december 2003

2003 dec NL - BN/De Stem

'Verlangen maakt wie je bent'

De groep Rood Adeo & Nighthawks at the Diner speelt vanavond in C.C. Van Gogh in Zundert. Deze groep virtuoze muzikanten adopteerde de titel van de derde lp van Tom Waits (uit 1975) als groepsnaam. Dat getuigt niet alleen van smaak, het bewijst tevens dat zij het lef hebben de lat voor zichzelf erg hoog te leggen. 

Zelfoverschatting? Geenszins. Het beluisteren van de vorig jaar verschenen, terecht luid bejubelde, cd Transit Cellophane, geeft een huiskamer wel degelijk de sfeer van een rokerige kroeg in een minder frisse wijk na middernacht mee. De liefde voor Waits, zijn teksten en de diversiteit van zijn muzikale kaders is oprecht. De Nighthawks putten inspiratie uit het oeuvre van het fenomeen, maar willen absoluut geen blauwdruk zijn van de beroemde schorre man. De vijf heren van NATD) hebben wat dat betreft geen spijt van de groepsnaam. Zanger/toetsenist en medecomponist Rood Adeo legt uit dat de ‘ongeorganiseerde gelegenheidsbende’ in 1994 voor de aankondiging van een concert plots een naam moest verzinnen.
‘Omdat we ook werk van Waits brachten, lag die naam voor de hand. Achteraf soms lastig, omdat het ‘hokjesdenken’ in de hand werkte, maar het past wel bij ons repertoire. Waits is het levende bewijs dat één musicus zich in allerlei stijlen kan uitdrukken. Zijn werk is puur, organisch en melodieus te noemen. Het enige element dat bij hem werkelijk onveranderlijk is, is zijn manier van tekstschrijven.
‘Waits wordt vaak in een adem genoemd met Jack Kerouac (schrijver van het voor velen inspirerende boek 'On The Road', WJ). Beschouwend, observerend, beschrijvend. Streetlife en onderbuik. Echte beatnikfans vinden Waits te romantisch, maar hij houdt die typisch Amerikaanse stijl wel in stand. Zijn latere poëzie is vaker gerelateerd aan bestaande verhalen of sprookjes. Er zit een gezonde berusting in en een enorme liefde voor kleine dingen. Vrij van platitudes, vrij van kitsch. Waits heeft een natuurlijke, vrije manier van componeren. Hij werkt zonder het doel voor ogen te hebben. Daarin zie ik de verwantschap tussen NATD en Waits duidelijk.
‘Er zijn ook grote verschillen. Wij schrijven met meerderen. Daardoor zijn we per album wellicht nog iets eclectischer. Bovendien sijpelen er her en der ook wat meer ‘Europese wendingen’ in.’
 
Zelfstandiger
De muziek van Rood & NATD heeft zich in de loop der jaren steeds zelfstandiger ontwikkeld. De muziek creëert een geheel eigen stemming en lijkt door een aantal technisch vergevorderde muzikanten puur op het gevoel gemaakt.
Rood: ‘Techniek en gevoel bijten elkaar niet. Wellicht kun je door instrumentbeheersing dichter bij je gevoel blijven. Mits de irritante neiging onderdrukt kan worden om als een hondsdol konijn gedwongen virtuoos te gaan doen. Alles met mate, zelfs het gevoel. Onze muziek is de laatste jaren zowel kleiner als groter geworden. De ballads, en andere nummers met kleine bezetting zijn verfijnder geworden. Er zit meer rust in. Terwijl van de andere kant de theatrale werken steviger zijn geworden en meer pieken bevatten. Meer dynamiek voor hetzelfde geld, dus.’
Een aantal tracks van het derde album Transit Cellophane bezitten nog passages die de gedachte aan Waits levendig oproepen. Er zitten echter ook uitermate geslaagde stukjes New Orleans, Kurt Weill, Europese volksmuziek, rokerige jazz, walsjes, blues en flarden Calexico in. Maar dan wel met zoveel eigen kracht gebracht dat de muziek van NATD zeker binnen Nederland geheel op zichzelf staat.
Rood legt uit hoe dat mogelijk is. ‘De nummers ontstaan uit een lick, een ritme, een melodietje of één raar akkoord. Soms zelfs door de belachelijke klank van een instrument zelf. Dat blijft de pret van muziek maken: je kunt jezelf steeds verrassen. Soms past de tekst bij de sfeer die de muziek oproept, soms vice versa. Ieder nummer heeft wat dat betreft zijn eigen historie. Omdat NATD goede improvisatoren herbergt, borrelen de verschillende ideeën voor een nummer vanzelf tijdens het spelen vanzelf op. Vóór het opnemen van een album zijn de beste combinaties hopelijk boven komen drijven. Dat lukt niet altijd, soms levert live nog mooiere momenten op. We hoeven gelukkig geen imago hoog te houden. We staan niet verplicht met een geforceerde stoere blik op het podium. Daardoor is de individuele vrijheid vrijwel optimaal. Natuurlijk werken we met arrangementen, maar ook die zijn niet zaligmakend. En meestal ontbreekt de setlijst of we houden ons er niet aan. We vertrouwen er maar op dat het goed komt. Het heeft tot nog toe altijd goed uitgepakt. Afkloppen maar.
‘Ook voor het nieuwe werk, waar we ook in Zundert wat van zullen spelen bestaat nog geen duidelijk referentiekader. En dat hoeft ook niet. Als ik Transit Cellophane uit 2002 nu beluister, krijg ik vijftig kleuren op mijn netvlies. Zonder referentie kun je jezelf blijkbaar nog verrassen.
‘Inspiratie voor teksten haal ik uit het verleden. Waar anders? Alle dingen die een bewuste indruk maakten, zijn gebeurtenissen van vroeger. Ook melancholie is verbonden aan verleden. Het is met terugwerkende kracht verlangen. Dat verlangen maakt wie je bent. Het is jouw context. Het zijn geen ouwe koeien, maar is de brandstof van nu.
‘Waarom melancholie vaak de boventoon voert? Omdat het een sterke emotie is. Als liefde en lijden het leven maken tot wat het is, zit melancholie op het midden van de wip van het leven.’
De muziek van de groep is erg populair in het buitenland. Hoe druk het in Zundert wordt, blijft afwachten, maar in obscure steden als Krakau of Karlshamn trekt de band volle zalen.
 
Mooie dingen
Rood: ‘Het zijn landen waarin het gevoel voor esthetiek nog sterk leeft. Men loopt in Scandinavië en voormalige Oostbloklanden graag warm voor mooie dingen. In Polen schrijven heel veel mensen poëzie. Ook meer mensen bespelen een instrument op een serieuze manier. Zelfs in barre tijden bloeien daar de kunsten. Hier lijken de kunsten weggelegd voor een kleine groep mensen. Elitair eigenlijk, en typisch Nederlands.
‘Echt Nederlandse muziek wordt toch nauwelijks gespeeld? Nederlandstalig wel, maar wij hebben niet echt een traditie wat componeren betreft. Wij Nederlanders fungeren al sinds jaar en dag als wereldburgers: we zijn meer een doorgeefluik van muziek van over de hele wereld. En daarom zijn we niet minder puur. Een goede kok hoeft zelf geen groente te verbouwen, en een goede ruiter hoeft geen paardenfokker te worden.’

BN/De Stem vrijdag 19 december 2003

2003 apr EN - Painfully Beautiful

‘This music is like a movie. Rags of musical history blow your mind. It reminds you of Paolo Conte, Robert Wyatt, Chopin, Tom Waits, Randy Newman, Debussy or ‘somewhere at sea’ Gary Brooker. Is this classical? Is it jazz? This isn’t pop music! What is it? Let’s call it inevitable music. Take, for example, the song ‘Junie Needs A New Pair Of Shoes’: a Latin-beat chunked to an absurd electric Pulp Fiction-guitar-riff, with on top lyrics by L.H. Oswald, JFK’s phantom killer. Bizarre? Yes, but also touching in a historical perspective, it’s insane as the world itself. ‘If We Get Back Home’ and ‘Shame Rhymes With Pride’ are ballads of incredible melancholy. Songs you seem to have been carrying with you your entire life. It’s as if they were never composed, they were just there all the time. It’s painfully beautiful.
Listen to the harassing song ‘No New Messages’, the tranquil ‘The Waltzes The Polkas And The Sad Songs’, the fragile ‘Like I Don't Know You Anymore’ or the malicious ‘Cellophane’, and you’ll find ROOD & Nighthawks at the Diner’s music a strong compound, with melancholy on surface. Healing melancholy, transparent like cellophane, obvious and open. Listen to it repeatedly, and it reveals more and more secrets. Finally, you will be able to lose yourself, cause this music affects. This music matters. This music is complete.’
(Jeu Consten - LeJeu)

2002 dec EN - Transit Cellophane

‘At year's end, Rood Adeo & NATD have released a CD that belongs in 2002's Top Ten. Transit Cellophane is their third album, recorded over a period of a year and a half. Maybe that's why it sounds so varied: comprising 17 tracks crafted with NATD's distinctive sound. From the cinematic ‘Junie Needs a New Pair of Shoes’, which evokes memories of Calexico through the bluesy style of Weill’s ‘I'm a Stranger Here Myself’ and the melancholy piano ballad Shame Rhymes with Pride, to the smoky bar shuffle 'Observant Spectator', Rood and NATD's music complements this time of year: slow-pace and full of character, with a touch of Waits and Morphine, meaningful lyrics and titles that intrigue.’
Hans Walraven - De Gelderlander, December 2002

2000 apr EN - Live at Witte Theater

Rood Adeo & NATD live at Witte Theater IJmuiden
‘As soon as Rood Adeo starts to play the audience shivers. This is melancholy, romance and yet it's raucous. The band around Rood creates an ambiance seldom felt. His words and beautifully rasping voice impress, thanks to this man’s superior combination of intonation, timing and feel. He can make the audience gasp for breath with a note that falls silent; his dynamic band (guitar, sax, double bass and drums) moderates and makes them bang on their chairs. This company truly exceeds by virtuosity. The concert itself becomes a breathtaking tribute to the audience and organizers, where everything falls in place and where a spark touches everyone and induces euphoria. In the end, late at night, the band and the audience are inseparable. Inevitable, but it's really hard to say goodnight.’
(Willem Jongeneele / Haarlemse Courant)


 

1998 sep NL - Awards voor Hightech kroegtijgers



Poolse Awards voor High-tech kroegtijgers
(...) Op hun nieuwe cd put de groep echter ook haar inspiratie uit klassieke muziek, jazz en het werk van zigeuner-gitarist Django Reinhardt. En met succes! Onlang wonnen ze twee prijzen op het Sopot-festival in Polen.

Zanger Rood vertelt over de prijzen: 'Het Sopot festival is een vermaard gebeuren. Er deden twaalf Europese bands mee. Vorig jaar won Total Touch trouwens. Toen wij speelden, merkten we al gelijk aan de publieksreactie dat het helemaal goed zat. Maar we werden geen derde, geen tweede en geen eerste. Pas later op de after party kwamen ze ons feliciteren omdat we zowel de publieksprijs als de persprijs gewonnen hadden.
'Die awards mochten we de volgende avond in ontvangst nemen, op een avond met internationale sterren. Dat was ook weer in miljoenen huiskamers te zien. Het was leuk, want we kregen zo ook de kans eens kennis te maken met onder andere Chris Rea en Tanita Tikiram. Er zat geen geld aan deze prijzen vast, maar al met al waren we hier blijer mee dan met een eventuele juryprijs. We gaan in ieder geval in april terug naar Polen voor twee tv-optredens en een groot sudentenfestival in Krakau.'
Niet alleen het winnen van de prijzen is opvallend, ook frappant is het feit dat NATD als proefkonijn mocht fungeren voor Direct Stream Digital (DSD), een nieuwe, volledige digitale opnametechniek. (...) 
De Gelderlander, oktober 1998

1997 jul - Fool's Tango surprises

'Fool’s Tango surprises'
‘Fool's Tango is surprising: an intimate mixture of folk, jazz, classical styles and even a little tango. An acoustic vocabulary in which the notes that can't be heard are maybe even more important than those you hear. Listen to the subtly arranged duet with the remarkable guest appearance by Fay Lovsky. The musicians know their place and give space to their front man in an outstanding disciplined way. Rood Adeo’s raspy voice, reminiscent of Tom Waits and Leonard Cohen, paves the way for the most bizarre encounters. If you think the combination of acoustic instruments and an unpolished voice is extraordinary, wait until you hear Rood's lyrics. Beautiful and absorbing.’
Apeldoornse/Arnhemse Courant, July 1997
 

1997 feb EN - Fool's Tango

‘(...) This results in songs that encompass some of Kurt Weill, a dose of sultry nightclub sounds, some improvisational rags and that desolated feeling of a bar during after hours. Fool's Tango: sonorous and timeless.’
De Gelderlander, February 1997

1997 apr EN - Sandpaper voice

Sandpaper voice
‘These musicians know exactly what they're doing. (.) Vocalist Rood Adeo has that sandpaper voice and writes beautiful songs full of melancholy.’
Backline, Spring 1997

1997 apr EN - Music Maker

‘It must be said, they create a great atmosphere. The songs 'King in Yellow' and 'Fool's Tango' are beautiful, full of melancholy and street romance. Listen to the marvelous duet Ýou Invented Me', featuring Fay Lovsky. Special mention goes to guitarist Frank de Kleer: his love for the Hot Club de France style of Django Reinhardt fits in seamlessly with NATD.’
Music Maker, April 1997

1997 apr EN - Leidsekade Live

‘Rood Adeo and NATD: at their best in a dark, smoky bar. Their music gets you through those lonely nights.’
Marc Stakenburg in KRO's Leidsekade Live, April 1997