background

Press

2015 oct NL - Rood Adeo op reprise

Songwriter Rood Adeo op reprise
‘Kus ons wakker alsjeblieft!’
 
Het is twee jaar geleden dat songwriter Rood Adeo Nijmegen aandeed voor een groot concert. Dat concert ging de boeken in als een pareltje. Deze maand onthaalt het gerenoveerde Concertgebouw De Vereeniging Adeo voor een reprise. En niets te vroeg. Adeo's songs zijn tijdloos, maar zijn teksten lopen vaak voor op de actualiteit.
 
Sinds midden jaren negentig staat hij synoniem voor het stadse nachtleven, pianobars en vrije sluitingstijden. Niettemin spreekt Adeo af in De Waard van Kekerdom, een wilderniscafé annex B&B aan de rand van natuurgebied De Millingerwaard, tegen de Duitse grens. Een plek waar hij graag verblijft, een half uur van zijn geboorteplaats Nijmegen.
 
Vloekt deze afgelegen natuur niet met het imago van nachttroubadour?
‘Mijn nachtleven wordt al jaren gesaboteerd door dochters en wilde ganzen. Er zit ondertussen meer klei dan kauwgum onder mijn schoenen. En dat is goed. Ik heb de horeca genoeg getrancheerd. Zowel voor als achter de bar. For better and for worse. Dit landschap is me van kinds af aan al lief. Hier kan ik de tijd stilzetten, ongeacht het seizoen. In Nederland is voor mij geen betere plek.’
 
Hoewel hij al twee decennia albums van hoog niveau aflevert, lijkt Adeo sinds het album Perfect Life off-radar. Tot je in zijn recente antecedenten duikt. Adeo blijkt in eigen land steeds meer inspirator te zijn van meerdere BN’ers. Het aantal bekende (en onbekende) artiesten en musici waarmee hij de studio en podia deelt, groeit gestaag. Net als het aantal (film)kunstenaars dat aan zijn werk een andere dimensie toevoegt.
Adeo’s songs zijn een buitenissig mengsel van americana, postmoderne indie en ironische, avant-garde teksten, afgewisseld met glasheldere ballads. Filmisch werk, dat niet zou misstaan onder Casablanca of Mad Max.
 
Omschrijf jij je eigen muziek als filmmuziek?
‘Nee, ik denk dat de nummers op zichzelf staan. Ik ben niet met beeld bezig tijdens opnamen, maar anderen leggen wel de link. Ik heb aan een aantal pre-producties mogen bijdragen, als radartje in een hele grote machine. Mooi, maar het is vooral leuk als anderen met één song aan de haal gaan en er een afgerond visueel concept voor creëren. Altijd een verrassing. Nummers met hun eigen beeld beschouw ik wel als volwassen. Ze trekken de deur achter zich dicht en gaan de wijde wereld in. Sturen ze hooguit eens per jaar nog een summier ansichtkaartje, vanuit plaatsen als Nome, Alaska: “Lieve pa, het is hier koud. Stuur geld! Liefs, je liedje uit 2011”.’

        ‘Rutte zou er beter aan doen een uur per dag
         met Hans Teeuwen in bad te zitten’
 
Drukte zijn vroegere oeuvre zich vooral in een idioom van jazz- en rock uit, op zijn laatste album Mindful Indifference overheerst de folkblues. Binnen zijn instrumentarium is de rol van de piano verschoven richting de gitaar. Daarmee is de gedaanteverwisseling blijkbaar niet compleet. Afgelopen maand was Adeo live te gast in een opera-special van Radio 4. Opmerkelijk voor een zanger, van wie het stemgeluid eerder doet denken aan een autosloperij dan aan een klassieke aria.

Van blues en jazz, naar folk en opera. Past klassiek ook in jouw straatje?
‘Muziekstromingen bijten elkaar niet. Blues, jazz, klassiek, het is uiteindelijk allemaal familie van elkaar. Radio 4 vroeg me ‘When I Am Laid In Earth’ van Purcell uit te voeren. Op mijn manier, wel te verstaan. Aardig progressief voor een klassieke zender. Op piano heb ik klassieke muziek nooit vermeden, maar ik ben niet echt een Marco Bakker, hè?’
‘Ik heb ook geen voorkeur voor een bepaalde muziekstijl. Daarom weet ik nooit van tevoren in welke stijl een nieuw liedje uiteindelijk zal stranden. Het koppelen van tekst aan muziek is alsof je die twee op een blind date stuurt. Ze kunnen ’s avonds samen in rock-’n-roll-outfit de deur uit gaan, en de volgende ochtend in een gospelkoor wakker worden.’
 
Hij wordt vergeleken met Leonard Cohen, John Cale, Tom Waits en Randy Newman, om er maar een paar te noemen. Maar waar deze grootheden mijlen ver van je af lijken te staan, begeeft Adeo zich meer ín het hoofd van de luisteraar. Ondanks het feit dat extremen in zijn teksten niet worden geschuwd, kun je je er bijna niet van distantiëren. Sommige songs lopen over van liefde: I guess we don’t have to fall in love / Love will fall on us from up above. Andere zijn ronduit grimmig: What a life is worth in this place / It all depends on where you die. Alsof Herman Hesse en Michel Houellebecq aan één tafel zitten. Verlichtend en verontrustend tegelijk.

Schrijf je rond centrale thema’s?
‘Meer rond motieven. En dan in de zin van drijfveren. Wat houdt de menselijke psyche bezig? Al die miljarden individuen, allemaal anders, allemaal hetzelfde. Zoek de verschillen, speur de raakvlakken op. Onuitputtelijk als een schaakspel. Als ze door dezelfde auteur geschreven zouden worden, zou ieders biografie even intrigerend zijn. Of een motief als leidraad voor een liedje kan fungeren, hangt maar net af van de associatie die ik er op dat moment mee kan leggen. Daar is geen procedure voor. En die momenten wil ik ook niet reguleren.
‘Kijk, we zitten hier nu samen helemaal goed, omringd door natuur. Wat wordt ons motief om uiteindelijk de stad op te zoeken? De bedrijvigheid? De aanwezigheid van onbekende anderen? Welk deel van hen? Hun stemmen, hun ogen, hun onvoorspelbaarheid of vertrouwdheid? Zijn we verslaafd aan anderen? Moeten we afkicken? Waarom vandaag niet en morgen wel? Die vragen lokken voor je het weet een songtekst uit z'n hol.
 
Die songteksten vertonen vege, profetische trekjes. Actuele krantenkoppen lijken soms een echo van strofes uit ‘How About The Next Millennium’, ‘Cellophane’, of ‘The Master Is Away’. En zo roept ‘Junie Needs A New Pair Of Shoes’, inmiddels dertien jaar geleden geschreven, een maar al te hedendaags sfeerbeeld op van de situatie rond IS. Is Rood Adeo een vakkundig verhalenverteller of een sjamaan? Of beide?
 
Hoe kwam je erop een Arabisch liefdesgedicht te combineren met JFK’s moord?
‘Niet met voorbedachte rade. ‘Junie Needs A New Pair Of Shoes’ is een samenraapsel van toevalligheden. Lee Harvey Oswald fascineerde me, leek me meer een slachtoffer dan dader. Om die reden ben ik me gaan verdiepen in zijn telefoongesprekken. Schrijnend, ze riepen om attentie. Die hebben ze gekregen.
‘Soms voel je iets vallen voordat je het hoort neerkomen. Een creatief proces vormt nou eenmaal een betere thermometer dan een nieuwszender. Daarom zou Rutte er beter aan doen een uur per dag met Hans Teeuwen in bad te zitten, dan te luisteren naar Halbe Zijlstra. Ik ben van mening dat we ons hoofd beter gebruiken, als we niet nadenken.’
 
        Ik hamer gewoon graag op zere plekken
 
Schrijf je met een politieke lading?
‘Nee, mijn teksten zijn apolitiek, domweg omdat ik iedere vorm van politiek een farce vind. Zolang mondiaal het fossiele geldsysteem niet wordt vervangen, is politiek bedrijven niets anders dan hopeloos dweilen met de kraan open. Iedere politicus die het verrotte geldsysteem niet bovenaan de agenda heeft staan, speelt toneel. Fuck them all, tot iemand dat hete hangijzer grondig aankaart. Ik heb belangstelling voor de wereld om me heen, maar ik kan geen interesse voor politiek opbrengen, ook al komt het misschien zo over. Ik hamer gewoon graag op zere plekken.’
 
Zoals?
‘Het feit dat hypocrisie zich zonder het kledingadvies van een religie veel te veel blootgeeft. Dat de moderne slavernij conservatieve trekjes begint te vertonen. Dat de verdeling van welvaart en de toren van Pisa niet meer dezelfde hellingshoek vertonen. Van die onderwerpen waarmee je op een feestje de sfeer echt goed verknalt.’
 
Dragen liedjes bij aan die discussie?
‘Dat lijkt me wel. We hebben songs, films en boeken harder dan ooit nodig om kritisch te blijven. Om een glimp van de werkelijkheid op te vangen. Verbeelding is de beste tolk van de realiteit. Zo kostte het me schrikbarend weinig moeite om de tekst voor Puppet Play uit de krantenkoppen te destilleren: I sold my conscience yesterday / Today I have no shame / As long as there are guys like me / It will always be the same. Een verbeelding van nog geen honderdvijftig woorden, die je toch maar mooi een jaarabonnement op het Financieel Dagblad uit kan sparen.’
 
Kun je de realiteit veranderen?
‘De realiteit is een proces, beïnvloedbaar als een organisme. Het is een systeem dat reageert op prikkels. We moet het wel willen veranderen. Er zijn redenen genoeg. Neem het gesjacher dat ons zo remt, het kinderachtige gehannes met wapens, vastgoed, leningen en olie. Overbodig, ouderwets en haat zaaiend.
‘Sinds de Paniek van 1907 houdt het Westen de wereld in een kunstmatige winterslaap. Da’s langer dan Doornroosje’s coma. Kus ons wakker alsjeblieft, voordat de volgende nachtmerrie opduikt.’
 
Ben je de afgelopen jaren pessimistischer geworden?
‘Nee, ik denk juist minder. Ik besef iedere dag een beetje meer dat grote zaken op angst teren, maar dat kleine dingen boordevol liefde zitten. En het aardige is, dat er veel meer kleine dingen zijn.’ •
 
Concertgebouw De Vereeniging / Stadsschouwburg Nijmegen en UIT Nijmegen Magazine • Okt 2015

2012 oct NL - Mindful Indifference

Nieuw album van ROOD & Nighthawks at the Diner in de maak
Behoedzame onverschilligheid

Het tempo zit er weer aardig in. Verscheen zijn voorlaatste Nighthawks at the Diner-album nog geen twee jaar geleden, de nieuwe cd Mindful Indifference staat al op stapel. Voor frontman, tekstschrijver, componist, zanger en multi-instrumentalist ROOD is het schrijven van een lied steeds wezenlijker geworden.

Voor je vorige album 'Perfect Life' heb je zes jaar de tijd genomen, voor 'Mindful Indifference' achttien maanden, heb je haast?
‘In die zes jaar heb ik me niet gewijd aan een volledig studioalbum. Ik ben wat meer met andere muziek bezig geweest. Projecten rond Nina Simone en Frank Boeijen. Bovendien heb ik me destijds nogal compulsief op klassiek pianospel gestort, om mezelf ervan te overtuigen dat de linkerhand ook op latere leeftijd de snelheid van rechts nog kan bereiken. Een leerzame doch grove misrekening van mijn kant. Temeer omdat ik twee linkerhanden schijn te hebben.
‘Maar inderdaad, sinds het vorige album heb ik de smaak weer te pakken. De meeste nummers zijn af, nu de afronding nog. Haast heb ik niet. Maar ik kan er tegenwoordig slecht tegen een half nummer tijdelijk weg te leggen. Zodra ik weet welke kant het op gaat, moet het ook af. Ook nogal compulsief, bedenk ik me nu.’ 

‘Is dit de strik- of
de bonusvraag?


Waarom schrijf je nummers?
‘Is dit de strik- of de bonusvraag? Daar ga ik eens goed over nadenken terwijl ik buiten wat rook.
‘Naast liefhebben, lijkt mij het creëren van tekst en muziek het meest wezenlijke wat een mens kan doen. Het wezenlijke of volstrekt zuivere schuilt naar mijn mening ook alleen in de dingen die níet nuttig zijn, en toch waarde hebben. Voor mij zijn tekst en muziek daar ultieme voorbeelden van.'

Waarom zijn nuttige dingen niet wezenlijk?
‘Nou, wanneer ben ik nou echt bezig met iets dat het wezenlijke van een mens benadert? Ik bedoel, alle gewervelde dieren paren, slapen, vergaren en bereiden eten, communiceren en schijten. Zelfs mooie huisjes bouwen, is dieren niet vreemd. In al die kwesties is de mens dus totaal niet uniek. 
‘Ook de typisch menselijke uitvindingen zijn toch slechts substituten voor eigenschappen die we al bij onze geboorte cadeau hebben gekregen? Neem de auto. Die vervoert je prima, maar rennen konden we al. Een deurbel doet z’n ding, maar kloppen werkt ook. Griep duurt zónder dokter zeven dagen, mét dokter een week. En met een TomTom kom je er wel, maar naar de weg vragen is een fijn excuus om die krullendroom aan te spreken.
‘In concreto leveren al die uitvindingen ook geen fuck op. De belofte dat het leven er makkelijker door zou worden, is ronduit een leugen. Nog nooit hebben zoveel mensen op de vlucht moeten slaan. En het merendeel van diegenen die niet hoeven te vluchten, geeft zich apathisch over aan vrijwillige slavernij om gadgets aan te kunnen schaffen. None of us are free zong Solomon Burke, en gelijk had-ie.
‘Valt het jou niet op dat aan al die zogenaamd handige uitvindingen een enorm nadeel kleeft? Ze kosten geld en tijd, vreten energie, verontreinigen, maken je passief, afhankelijk of DomDom. Zelfs bij de gezondheidszorg kunnen we heel wat vraagtekens zetten. We zadelen steeds meer generaties met enorme overbevolkings- en vervuilingsproblemen op. Het kan niet anders of onze kleinkinderen worden gedwongen een horrorscenario als Soylent Green op ons los te laten. Eigenlijk mensonterend asociaal.
‘Techniek in het algemeen is totaal niet wezenlijk. Tijdelijk comfortabel misschien, maar zeker niet wezenlijk. Ons fabuleuze kabinet wil ons ervan overtuigen dat kunst overbodig is en dat de gedagdroomde Nederlandse kenniseconomie technieken op zal leveren die alle problemen oplost. Wie het gelooft krijgt een piano, voor mij is het de wereld op z'n kop.
‘Bedankt overigens voor deze vraag. Een goeie aanleiding om Lucebert of De Montaigne van stal te halen. Of de magnetron uit het raam te slingeren.’ 

‘Geen sex op
het eerste afspraakje’


Waar haal je je inspiratie voor je teksten uit?
‘Eigenlijk haal ik die nergens meer uit. Voorheen zou ik geantwoord hebben: uit m'n verleden, uit boeken, films en gesprekken, maar die vlieger gaat niet meer op. De muziek zelf doet meer het werk. Ik fluit, zing of speel een schetsje dat opborrelt en neem dat op met een spraakrecordertje. Daar bouw ik vervolgens partijen omheen. Gaandeweg die handelingen onstaat er vanzelf een behoefte aan woorden. Het ritme, de klank of de harmonie van de muziek nodigt zelf een strofe uit. En de woorden wandelen er dan eigenlijk ook zelf naartoe. Soms wat aarzelend; woorden zijn nou eenmaal meer verlegen dan muziek.
‘Eigenlijk ben ik een passieve huwelijksmakelaar tussen muziek en tekst geworden. Beide hebben sowieso al een erg sterk verlangen elkaar te ontmoeten. Ik hoef alleen maar een beetje te bemiddelen. Het enige advies dat ik ze in het begin meegeef, luidt: “Geen sex op het eerste afspraakje.” En zelfs daar houden ze zich in de meeste gevallen niet aan.’

Wat ik van 'Mindful Indifference' heb beluisterd, is zeer veelbelovend. Ik hoor een nieuwe John Lee Hooker, Nick Cave, John Cale, Tom Waits en zelfs Neil Diamond.
‘Helaas heeft geen van allen mij een nummer toegeschoven, je zult het met mij moeten doen. Ik hoop maar dat je daar ook blij van wordt. Ik zal - als ware Jung-adept - jouw associaties eens proberen te duiden: je noemt Hooker omdat zijn werk ook ongepolijst is. Nick Cave heb ik in Polen van dichtbij mogen meemaken: die soberheid lust ik ook wel. Waits noem je vanzelfsprekend vanwege de klankkleur van de stem en de vergelijking met John Cale gaat op omdat hij, net als ik, muziek vanuit een klassieke hoek benadert. Toen je Neil Diamond noemde, verslikte ik me even, maar ik merk dat je er behoefte aan hebt je waardering voor romantische eenvoud te ventileren. Dat mag hier. Ontspan. Wees jezelf. Weet trouwens wel dat ik voor zo’n historisch-analytische duiding een uurtarief hanteer.’

De sound op 'Mindful Indifference' is anders dan we van je gewend zijn. Wat is er veranderd?
‘Ik heb voor het eerst een poging gedaan het hele traject zoveel mogelijk in m'n uppie te doorlopen, vanaf de allereerste schetsen tot de definitieve tracks. Het ene spoor over het andere spoor inspelen. De eerdere partij dicteert de latere. Als sedimentlagen bij bodemafzetting. Die manier van werken hoor je wel terug: it hits rock bottom.’

Fay Losky ging op haar album 'Sound On Sound' ook zo te werk. Je hebt met Fay Lovsky gewerkt. Ben je door haar geïnspireerd?
‘Ik heb de eer gehad een duet met haar te mogen zingen op ons eerste album. Dat is niet hetzelfde als “ermee gewerkt hebben”. Maar ik kan me voorstellen dat haar album toentertijd op een soortgelijke manier is gemaakt. Zoveel mogelijk zelf instrumenten op een vier-sporenrecorder ketsen. Alles door één en dezelfde microfoon, jaren ’50-stijl.’ 

‘Een volle agenda is erger
dan een leeg hoofd’ 


Waarom koos je voor een solistische aanpak? Is samenspel niet het hoogste goed voor een musicus?
‘Daar heb je een punt. Dingen die je in je eentje doet, kun je eigenlijk net zo goed níet doen. Maar “ieder nadeel heb’ z’n voordeel”, om met Cruijff te spreken. Werken met veelgevraagde bandleden legt nou eenmaal beperkingen op aan de beschikbare tijd sámen. We zitten niet meer in de jaren zeventig, toen een zee van tijd nog prima in een weekendtas paste.
‘Het juiste momentum tussen bandleden is moeilijk te plannen en nog moeilijker te vangen. Vooral in een studio. Hoe prettig een studio ook is, er hangt altijd tijdsdruk. En je kunt iedere partij vantevoren wel tot in detail instuderen, maar dan loop je het gevaar dat de boel kapot is gespeeld voordat je aan opnemen toekomt. In een studio ligt dat opgewarmde spinaziesyndroom altijd op de loer, meestal achter de frisdrankautomaat.
’De relaxedheid die ik tijdens mijn only-the-lonely-aanpak ervaar door de afwezigheid van tijdsdruk, toont voor mij opnieuw aan dat een volle agenda erger is dan een leeg hoofd...’

Je bent nogal wat studio’s gewend, waaronder niet de minste: Wisseloord, Xapa. Miste je die expertise niet?
‘Jawel, non-stop. Iedere soundscheet die ik wil bereiken, kost belachelijk veel tijd. Maar ja, ieder mens heeft het volste recht op z’n eigen bek te gaan. Artikel zoveel van de Universele verklaring van de Rechten van de Mens.
‘Maar het voordeel van zelf aan de knoppen draaien is, dat je dichter bij de bron blijft. Ik had nogal een voorkeur voor het geluid van mijn eerste demo voor Mindful Indifference. Met zo’n voorkeur kun je twee kanten op: met een zak geld naar een professionele studio hollen en hopen dat die sound te reproduceren valt, of vanuit de demo zelf gaan bouwen. De laatste heeft in ieder geval een aardige uitdaging opgeleverd. En obstakels natuurlijk. Dus voor de uiteindelijke mix en master zal ik zeker te rade moeten gaan bij de experts. Met name Loek Schrievers en Hessel Herder vertrouw ik blind. Eigenwijsheid is leerzaam, maar er zijn grenzen.’

Je speelt bijna alle partijen zelf. Zang en piano natuurlijk, maar ook veel gitaar. Ben je van metier gewisseld?
‘Een gitarist zal ik nooit worden. Denkend vanuit de piano, kan er wel een beetje mee uit de voeten, maar volgens mij kun je nieuwe instrumenten na je 26e niet meer écht incorpereren. De eerste kennismaking moet voor die tijd tot stand zijn gekomen, anders blijft het toch pielen vanuit het verstand. Net zo onbeholpen als bejaarden met een elektrisch apparaat. Denk aan je oma die de door jou goedbedoelde DVD-speler aan de praat probeert te krijgen om Gone With The Wind eindelijk nog eens te kunnen zien: mócht 't haar al lukken, dan belt ze je toch verontwaardigd op met de mededeling dat Clark Gable er in 1939 héél anders uitzag...
‘Natuurlijk, niemand beheerst een instrument volledig, maar het kan wel als verlengstuk van jezelf fungeren. Als je over je techniek niet na hoeft te denken, ontstaat er ruimte voor de feel. Voor mij is er op gitaar dus nog wel hoop, zolang ik mijn partijen maar op het Jip-en-Jannekeniveau houd. Niks mis mee, die verhalen worden ook nog steeds dagelijks gelezen.’

Jouw werk kan prima wedijveren met het werk van internationale grootheden. Wordt het niet eens tijd voor een doorbraak?
‘Wie weet? Men is hier sinds 1953 natuurlijk wel op zijn hoede voor grote doorbraken... Bovendien geven hoge bomen ook veel brandhout. Het succes van een singer/song-writer, schrijver of schilder is voornamelijk afhankelijk van geluk. We zijn strandballen bij windkracht 9, zeker in ons flatuleuze Nederland. Wie voor de roem en het geld gaat, zal dus een doos tissues bij de hand moeten houden. 
'Maar ik beschouw mezelf al als een geluksvogel. Al vijftien jaar lang voor publiek op kunnen treden op de mooiste podia, nummers uitvoeren met fantastische musici, werken met uiteenlopende artiesten. Dat blijven kadootjes.  Daarnaast biedt het werken aan een album heel veel. Er ontstaat iets dat ervoor nog niet was. Voor mij vrij wezenlijk, dus. Het weerhoudt me ervan hardop tegen anderen te praten en houdt me van de straat: beide goede doorbraken. Ik vertrouw erop dat Mindful Indifference, net als voorgaande albums, zijn weg naar zielsverwanten ook weer vindt. Dit jaar, rond september, zonder TomTom.' •

Zanger, tekstschrijver, componist en multi-instrumentalist ROOD ADEO (Nijmegen, 1970) is oprichter en frontman van de Nederlandse band ROOD & Nighthawks at the Diner. In hun 'filmische' muziek zijn invloeden hoorbaar uit de jazz, blues, rock, folk en klassiek, waarbij de associatieve teksten en de hese, eclectische stem centraal staan.
Rood werkte onder meer met Fay Lovsky, Emanuel Pessanha, Maud Mulder, Ernst Daniël Smid en Frank Boeijen.
Bezetting: ROOD (teksten, zang, piano, gitaar, e.a.), Toon Meijer (saxofoons, klarinetten), Pieter Klaassen (gitaren), Bas Rietmeijer (contrabas), Thijs Verwer (drums & percussie).
Albums Fool’s Tango, Walkin’ On Eggs, How About The Next Millennium, Transit Cellophane en Perfect Life.
Het nieuwe album van ROOD ADEO, Mindful Indifference , verschijnt in 2012.
(zie ook: www.roodadeo.com)

 
 

2012 oct NL - Hifi.nl

Rood Adeo – Mindful Indifference
Misschien wel één van de meest opmerkelijke albums van dit jaar stamt van Rood Adeo. Mindful Indifference zag onlangs het levenslicht na achttien maanden schrijven. Rood, bekend van zijn projectnaam Nighthawks At The Diner, is een 42-jarige vrijgevochten geboren Nijmegenaar die al sinds 1997 muziek schrijft, uitbrengt en leeft. Zijn achtste album is echter een nieuwe weg voor Rood.
Maar liefst vijftien tracks schreef Rood voor Mindful Indifference. De achttien maanden die hij nodig had om tot dit album te komen, hebben een andere invulling gehad dan zijn vorige muzikale persingen, want voor dit album heeft hij niet alleen zijn tijd ingevuld met musiceren, maar ook met produceren. Die eigen aanpak heeft een wel erg opmerkelijke plaat opgeleverd. Mindful Indifference is namelijk een ruwe diamant aan de ene kant, terwijl ieder geluidje, elke plaatsing van instrumenten in het geluidsbeeld en iedere zucht van de dichter/ zanger/ componist en multi-instrumentalist bewust in de opname is geplaatst en zo het evenwicht brengt. Zij het op een onconventionele manier. Naast het uitvoeren van de nummers heeft Rood Adeo ook het overgrote deel van de productie en mixage in eigen hand genomen, hier en daar met wat hulp van Loek Schrievers en Henk Wanders. Het album heeft een bewuste titel en handelt veelvuldig over Rood’s wens dat de mens in onze huidige maatschappij de illusie van controle eens los zal laten om echt te leven, spelen, leren en begrijpen. Bewustwording. Of zoals Rood het zelf zegt: “Vrijheid van geest bestaat alleen op plaatsen waar de illusie van controle is onttroond, of beter nog, afstand heeft gedaan van zichzelf.” Een dichter waardig.
De muziek houdt het midden tussen een mix van neo-vocale jazz met invloeden van blues, rock en een flinke schep folk. Aan de ene kant ongrijpbaar melancholisch, aan de andere weer tastbaar door de toevoeging van ballad-achtige tracks. Mindful Indifference is een luisteralbum, een muzikale reis langs de diepzinnige hersenkronkels van een groot dichter die zijn publiek nog lang niet heeft mogen bereiken. De vergelijking van Rood's stem met die van Tom Waits is terecht, hoewel Adeo meer tastbaar is. Wel een eigen geluid, gelukkig. Vrijwel alle tracks zijn door Rood Adeo zelf gespeeld en gecomponeerd, behalve Phil Spector's 'To Know Her Is To Love Her', dat in deze uitvoering niet misstaat op Mindful Indifference. En naast zang, gitaren, orgel, keyboards, drums en percussie, bas en nog veel meer instrumenten heeft Rood dit album zelf opgenomen met een ouderwetse manier van opnemen en voor alles diezelfde microfoon. Dat maakt dat de masteropname zo rauw is, en dat er wat ruis en zelfs wat achtergrondgeluiden hoorbaar zijn, maar vooral zorgt het voor een magische sfeer die zweeft tussen melancholie en romantiek. De blaadjes vallen weer, en dit is wellicht een perfect album ter begeleiding! •
Erik de Boer - Hifi.nl

Lees meer

2012 nov NL - OOR

Rood Adeo – Mindful indifference

Bij het lezen van de naam Rood Adeo dacht ik nou niet bepaald direct aan een 42-jarige singer-songwriter uit Nederland die al sinds 1997, vooral onder de naam Nighthawks at the Diner, zorgvuldig metselt aan een muzikale carrière. En dus komt het de Nijmegenaar goed uit dat hij met zijn album Mindful Indifference een belangrijke mijlpaal slaat in het interessante muziekfundament. Vooral omdat de zanger/dichter/liedjesschrijver met de aan Tom Waits refererende stem, een huzarenstukje aflevert dat we met z’n allen toch eens moeten gaan ervaren. Gratis tip van uw recensent. Het album vervult je afwisselend met moddervette melancholie (Time To Go Home, Phil Spector’s To Know You Is To Love You en het adembenemende Die From Love), uptempo folk (Love Me) en een tikkeltje soul (het instrumentale Windfall Jelly). Prima als soundtrack voor het huidige jaargetijde. (...) Het maakt mede dat ik resumerend kan concluderen dat Rood Adeo met Mindful Indifference zich nadrukkelijk in de kijker van de muziekliefhebber met een herfstsmaak plaatst. •

Hans van der Maas • OOR / wordpress.com • nov 2012
Lees meer
 

2010 jan NL - Fret Magazine

‘Hopeloos romantisch...’ 

De Nijmeegse zanger/componist/toetsenist Rood heeft een nieuw album vol broeierige songs, bizarre humor en bakken melancholie en romantiek afgeleverd. Op de hoes van het vijfde album Perfect Life is de naam ROOD na twaalf jaar toegevoegd aan de oudere bandnaam Nighthawks at the Diner, naar het derde album van Tom Waits uit 1975. Om van die eeuwige Waits-stempel af te geraken of speelden er andere zaken een rol?

“De toevoeging van mijn naam heeft meer te maken met de nieuwe start bij een andere platenmaatschappij en het feit dat deze cd nu echt nog meer een eigen legsel is. Vroeger werkte ik meer met co-auteurs. Voor Perfect Life is minder vanuit de band gedacht en gearrangeerd.” Dat de bandnaam bij sommigen een associatie met Tom Waits oproept, heeft ROOD nooit als een bezwaar gezien. “We houden dat vertrekpunt bewust in ere. Mensen die weten waar de bandnaam vandaan komt, rekenen we graag tot ons publiek.”

ROOD kan lachen om de vergelijkingen waarmee journalisten op de proppen komen. Hij hoorde, naast Waits uiteraard, namen vallen als Van Morisson, John Cale en Robert Wyatt. Van die laatste twee heeft hij niet eens platen in zijn kast. “Allemaal mooi, maar ik laat me liever beïnvloeden door werk uit de achttiende eeuw en de crooners uit de vorige eeuw. Van kinds af aan ben ik al Frank Sinatra-adept. En die invloeden hoor je dan ook terug. In covers Lost In The Stars en The Other Woman, bijvoorbeeld. Dat zijn hybriden: klassiek en crooner ineen. Voor mij allemaal belangrijker.”

Het merendeel van het werk van ROOD op de nieuwe cd is van zijn eigen hand. Hij opereert er meer dan ooit als een gepassioneerd verhalenverteller. ROOD: “Een achttal tracks op de cd stammen direct of indirect af van een ‘klassiek’ werk voor piano en orkest waaraan ik anderhalf jaar heb zitten sleutelen. Dat had als gevolg dat dit keer veel muziek er eerder was dan de woorden, en daarmee leg je je meteen een enorme beperking op in de tekstvorm. Niet in wat je wilt vertellen, want teksten waren er genoeg. Maar ik kon niet alles gebruiken. Er is nog even een dubbelalbum overwogen, maar nu ligt er ten minste nog wat op de plank.”

Het werk van ROOD verjaart niet zo snel. Hij is daar ook wel blij om, of beter, is eigenlijk ook wel op zoek naar een bepaald soort eeuwigheidswaarde. “Daarom groeit mijn platenkast ook nauwelijks. Ik koop pas een album als ik er zeker van ben dat ik het over tien jaar nog wil draaien. De eerste cd’s van Dayna Kurtz en Madeleine Peyroux hadden ook dit jaar opgenomen kunnen zijn, net zoals mijn versie van dat nummer van Kurt Weill net zo goed in 1948 opgenomen had kunnen zijn. Dat is het voordeel als je van akoestisch geluid uitgaat. Door gebruik te maken van hypes in sound klinkt het vaak eerder gedateerd.”

Niet alleen in zijn muziek, ook op zijn teksten is de nu 39-jarige ROOD steeds kritischer. “Ik laat ze langer rijpen. Er wordt meer geschaafd en geschrapt. Meer dan vroeger. Als je ouder wordt, kun je beter afstand nemen. Toch komt er een moment waarop het zowel muzikaal als tekstueel goed zit. De overtuiging dat er iets in zit dat niet meer te verneuken valt. Dan ben je bij het definitieve aspect van een nummer aanbelandt. Daar blijft ook live, in theaters of het clubcircuit, altijd iets van over, in hoeveel verschillende versies je uiteindelijk een song ook giet.”

Op de cd is een opvallende gastrol weggelegd voor de klassieke bariton Ernst Daniel Smid, die grappig genoeg een rol vertolkt in een song over tatoeages. Cynisme en humor zijn ROOD niet vreemd, maar in de meeste verhalen zit toch vaak iets melancholieks. ROOD: “Het leven is niet veel meer dan een welwillende stoofpot. Er drijven goddelijke en duivelse ingrediënten in. Knollen uit het verleden en sukadelapjes uit de toekomst. Snufje lijden, eetlepel liefde. Ik zie melancholie en humor als de enige pannenlappen waarmee je de hele flikkerse zooi aan kunt pakken. Die dualiteiten vechten binnen individuen net zo hard om aandacht. Zelf ben ik wel extravert, maar ik bezit net zo goed een donkere, introverte en extreem romantische kant. Ik geniet net zoveel van Fight Club als van een sentimentele huilvrouwenroman. Ik pleit voor meer romantiek, zelfs als die naar Mary Poppins ruikt. Frank Boeijen noemde mij in het blad Heaven een oude ziel. Ik voel me vaak eerder een ouwe zak, want dit genuil over romantiek klinkt zelfs voor mijn generatie hopeloos belegen. Laat staan voor jongeren, die romantiek vaak al verwarren met gonorroe of Polanski .”

Willem Jongeneelen Fret Magazine, Januari 2010
 

2010 dec NL - VPRO

Voor mensen met oren aan hun hoofd
‘Onder leiding van hun voorman ROOD begeeft Nighthawks at the Diner zich, muzikaal gezien, zeg maar, in de vochtige kelders, natte straten en druipgrotten van de pop- en jazzmuziek. Waar verloren zielen staren in hun glas en denken aan wat was. Ze hebben hun naam niet voor niets ontleend aan de beroemde live-elpee van Tom Waits uit 1975 die op zijn beurt weer leentjebuur speelde bij niemand minder dan schilder Edward Hopper.
Maar goed, waar het om gaat is dit: NATD (om hun naam even af te korten) is zo’n band voor mensen met oren aan hun hoofd. Want ze schreeuwen niet, maar ze fluisteren zich een weg naar binnen, en pakken je dan meteen bij je ziel, zoals bands als de Tindersticks, Nick Cave en, inderdaad, Waits dat kunnen.
De krakend heesche stem van ROOD roept een sfeer op van melancholie, vergankelijkheid, verlangen en triomfantelijke mislukkingen. Al die romantische gevoelens worden met groot muzikaal vakmanschap gebracht, mede door de inbreng van Toon Meijer (saxofoons & klarinet), Pieter Klaassen en Loek Schrievers (gitaren), Bas Rietmeijer (contrabas) en Thijs Verwer (drums & percussie).’
Jaap Boots in VPRO’s Shouting Boots

2009 okt NL - Perfect Life

Perfect Life

Eindelijk, een nieuw volledig album van Rood Adeo en zijn Nighthawks at the Diner. Zes jaar gingen voorbij sinds het uitkomen van dat geweldige album Transit Cellophane; een periode waarin alleen hun concerten nog troost boden: en dat deden ze ook. Live blijft deze band een klasse apart. Desondanks werd het hoog tijd voor een nieuw album, en gelukkig is het zover: Perfect Life

Een kleurrijk en meesterlijk album, dat het best omschreven kan worden als de meeslepende soundtrack van een film die nog geschoten moet worden.
Neem het nummer ‘Lost For Words’: een wulpse dans, maar rauw en melancholisch. Het tango-achtige nummer ‘Rosemary’ herinnert je aan die ongrijpbare, onbetrouwbare vrouw waaraan je maar wat graag voorgesteld had willen worden. En terwijl ‘Left Right Soldier’ je in een gemeen, tergend tempo bijna verstikt, wandelen blind vertrouwen en acceptatie hand in hand in ‘The Master Is Away’.
Adeo verschijnt op het album als een doorgewinterde verhalenverteller; verhalen die twijfelen tussen passie en verslagenheid, tussen romantiek en doodswens. Verhalen, die aan de luisteraar de keus laat tussen het bedrog van je beste vriend (‘Perfect Life’), toewijding en overgave (‘Losing Hand’) of een eenzame openbaring van hypocrisie (‘The Other Woman’).
Mede door de prachtige sound (van producer en studio-engineer Loek Schrievers) klinken sommige nummers alsof ze verpletterd worden door een teveel aan zwaartekracht, terwijl anderen juist helder en romantisch op lijken te lichten. En ondanks die verscheidenheid, blijven alle nummers op Perfect Life ijzersterk overeind, ondersteund door solide bass en drums, teksten met diepgang en hemelse gitaar- en saxlicks. De nummers moeten eenvoudigweg zo klinken, he is nou eenmaal de manier waarop ze ademen. Dit hele album is een prima excuus voor de zes jaar zonder. (CK)

Oktober 2009, Words & Music, Socan/Stemra - McKenzie

 

2006 oct NL - De Gelderlander

Niet doorbreken!
Volkomen ontspannen staan de heren op het podium muziek te maken. Beheerst tot in de puntjes, geconcentreerd zoals geschoolde musici dat doen, maar ook met een bevlogenheid waar je als toeschouwer direct door gegrepen wordt. Het plezier spat er vanaf het eerste nummer van af en dat blijft zo tot aan de tweede toegift.
Het podium staat boordevol met imposante instrumenten. Rood bespeelt als een routinier losjes een enorme vleugel, Pieter Klaassen is een kunstenaar op akoestisch- en elektrisch gitaar, Toon Meijer speelt uitmuntend tenor- en sopraansaxofoon, Jan Flubacher lijkt bescheiden, maar blijkt onmisbaar op contrabas, evenals drummer en percussionist Thijs Verwer, die achter op het podium waanzinnige ritmes te voorschijn tovert.
Hun muziekstijl is zeer divers: zowel jazz, blues, folk en wereldmuziek wordt ten gehore gebracht en zanger Rood blijkt ook klassiek niet te schuwen. Zowel in stem, tekst als muziek voert melancholie de boventoon. Maar het publiek krijgt geen gelegenheid om eens lekker onderuit te gaan hangen. Want na een prachtig fluisterlied volgt ogenblikkelijk een swingend bluesnummer of een stevige jazzsound. Voeg daarbij het authentieke stemgeluid van Rood en je bent verzekerd van de ene verrassing na de andere.
Tussen de nummers door babbelt de zanger losjes met het publiek. Hilarisch is nog het moment als zowel de rookmachine wolken blaast, Rood kettingrokend achter zijn vleugel zit en het rookalarm afgaat. "Ben benieuwd of dit theater er aan het eind van het concert nog staat", lacht de voorman zijn publiek sussend toe. Gelukkig is dat zo, want na zoveel muzikaliteit en juweeltjes van songs worden ook nog twee vette toegiften gegeven. Hoewel ze het dik verdienen, is het te hopen dat de heren niet doorbreken naar de grote zalen, want dergelijke intieme theaterconcerten zijn een lust voor iedere muziekliefhebber.•
Pien Koome, De Gelderlander, 17 oktober 2006

2004 jan NL - OOR

‘Als ROOD begint, siddert de zaal. Dit is melancholie, romantiek en rauwheid. Met een hoge dosis speelplezier zet de groep een sfeer neer die in Nederland weinig geëvenaard wordt. ROOD’s mooi hees krakende stem en woorden komen aan, dankzij ’s mans superieure combinatie van intonatie, timing en gevoel. ROOD kan op het ene moment met een verstilde noot het publiek de adem doen inhouden; zijn dynamische band (gitaar, sax, contrabas en drums) doseert en laat even later de swingende stoelen onder hun gat kraken van genot. Een adembenemende en onbeschrijfelijke ode aan de publiek en organisatoren, waarmee de overspringende vonk de aanwezigen in een euforische stemming brengt. De band en het publiek kunnen diep in de nacht moeilijk afscheid van elkaar nemen.’

OOR, januari 2004

2003 oct NL - Music Maker

Film of de muziek?
Interview met Rood Adeo, oktober 2003

Hoe komt een nummer muzikaal tot stand?
Rood: ‘In het beste geval is het een optelsom van vijf voorkeuren. Vijf uiteenlopende muzikale geschiedenissen. Singer-song, jazz, blues, Spaans, fado, klassiek en funk, die ieder op z’n eigen manier vertaalt naar zijn instrument. Per nummer verschilt de bezetting, en die bezetting bepaalt natuurlijk voor een deel de stroming. Daar wordt nou niet echt over nagedacht, en er ligt ook niemand wakker van. Muziek is muziek, wat mooi is, is mooi. Wij weten dikwijls niet waar het begint of eindigt. Het is maar net hoe de pet staat. Als je vijf mensen vraagt welke culinaire stroming hun voorkeur heeft, krijg je waarschijnlijk hetzelfde antwoord.’
 
Wijze van componeren?
‘Mijn teksten bepalen vooral de sfeer van een nummer, maar is niet dominant voor de vorm. Schrijven is schrappen en plakken. Wat tekst betreft zijn de mogelijkheden onbeperkt. Op ieder potje past een deksel, maar de helft van die combinaties gooi je het liefst aan gruzelementen. Bij sommige teksten past een fragiele bezetting; daarbij is de bijdrage van de totale band natuurlijk kleiner. Soms verandert de opvatting over de sfeer. Het nummer Cellophane is eerst opgenomen met een Sexteto Canyengue-achtige bezetting, met altviool. Maar ja, tijdens de uiteindelijke opnamedag hing er doeng-boem-pats-rock in de lucht.
‘De rode draad bestaat vooral daaruit dat we nummers lang de tijd en kans geven om nog alle kanten op te kunnen. Daarnaast worden we zelf weer beïnvloed door het live spelen. Daarin zit ook onze verwantschap met jazz: de vrijheid nemen om het te laten gebeuren. Live spelen is een heel ander muzikaal medium dan een album in een studio opnemen.
‘Maar een sterk nummer kan eigenlijk iedere toets doorstaan. Ook de verwende omgeving die Wisseloord Studios heet. Of een meer uitgebreide bezetting met strijkers, blazers of bijzondere toetsinstrumenten. En een sterk nummer moet ook een verkrachting te boven kunnen komen: kut livegeluid, een schaarse bezetting, veel omgevingslawaai. Je moet van goeden huize komen wil je een ‘noodzakelijk’ nummer om zeep kunnen helpen.’
 
Zijn effecten noodzakelijk bij het opnemen?
‘In principe draagt alles bij tot de sfeer. De tekst, de muziek, de instrumenten, het broodbeleg, de file én de effecten. Geen van ons steekt thuis energie in effecten. Gitarist Frank de Kleer wil zich door zijn randapparatuur nog wel eens laten verrassen, maar in principe zijn wij akoestische, conservatieve stijfkoppen. Dat wil niet zeggen dat wij er vies van zijn, integendeel. Effecten kunnen een enorme bijdrage leveren, mits goed gedoseerd. Maar het blijft oppassen geblazen: voor je het weet heb je het gevoel dat je met andermans creditcard kerstinkopen kunt gaan doen. Op het album Transit Cellophane zit tussen de band en de technicus duidelijk een natuurlijke wisselwerking. In de praktijk werkt dat als volgt: Hessel Herder trekt zijn doos van Pandora open, en doseert in de lijn van de sfeer die NATD oproept. Wij moeten op onze beurt donders goed weten wat we níet willen horen. Het is verdomme net een huwelijk tussen twee mensen met een verschillende nationaliteit.’
 
Ontstaan de keuzes m.b.t. arrangementen, bezettingen of effecten spontaan of worden ze van tevoren uitgewerkt?
‘Dat wisselt sterk. Wij zijn geen stelletje Jehova’s met een vastomlijnde overtuiging. We hebben wel een rotsvast vertrouwen in onze eigen voorkeuren en vraagstellingen. Soms blijkt de akoestische klank van een instrument de sfeer in te perken. En dan komen de vragen aan Hessel: “Kan die drum klinken als een haven? Heb je iets tussen piano en elektrische gitaar in?” Hij maakt de vertaalslag naar bijvoorbeeld een galmpiano. Je moet dan wel de luxe hebben dat je een creatieve knakker achter de knoppen hebt met veel verstand van zaken.
‘Ik heb voor Transit Cellophane wel het een en ander uitgeschreven. Met name het nummer The Hotel stond van a tot z vast. Dat gaf de mogelijkheid om dit nummer in ‘omgekeerde volgorde’ op te nemen: eerst de wurlitzer en de celesta, die je normaliter als fills zou gebruiken. Pas daarna de basis: piano en contrabas. Daardoor klinkt het heel breekbaar, als smeltende ijspegels.’
 
Hoe reageert de geluidstechnicus als er een speaker in de Steinway wordt gelegd?
‘Hahaha, nou, da’s eerder andersom. Ik heb twee dagen op de intensive care moeten bijkomen, omdat Hessel er een speaker in legde. Van de andere kant heeft NATD weer geruchten laten ontstaan, omdat ik rond de glasbak stond te schuimen, en vervolgens een stel flessen op de WC vulde tot ze de juiste toonhoogte hadden.’
 
Je hoort op Transit Cellophane veel vrije timing, gebruik je wel eens een clicktrack?
‘Eigenlijk is niets zo irritant als een clicktrack. Alsof je de 400 meter moet lopen, terwijl je weet dat iemand je bretels vastheeft. “Trekt-ie nou wel of trekt-ie nou niet?” Er is alleen een clicktrack gebruikt voor het nummer Cellophane, omdat ik daar uit noodzaak zelf drumde. En strak blijven met twee stokken in de handen is toch echt weggelegd voor een drummer… Dat is het voordeel van muziek maken waarbij vrije timing de kans kan krijgen. Frank heeft Cross-eyed Waltz ingespeeld terwijl hij aan een basketbalwedstrijd voor softenonpatiënten dacht.
 
Wat de fuck is een thumb piano?
‘Wij denken dat zo’n ding een sanza heet. Een Noord-Afrikaanse hybride van een stepwiel en een kalebas. Bob Wisselink had ’m verbazend snel in de vingers, maar hij eet dan ook regelmatig couscous. Het is een heel ludiek geval, dat alleen maar vragen lijkt te stellen.’
 
Gebruik je technische substituten tijdens live-optredens?
‘Het is voor sommige nummers aardig, om dat live ook te doen. Maar je sleept je een ongeluk en voor ons werkt het alleen in een goede setting, zoals een theater. En nogmaals, een sterk nummer kan zonder. Voor een album, dat vatbaar moet zijn voor herhaaldelijk afspelen is die luxe niet overbodig. Maar live blijft het verassend wat er uitkomt als je een nummer van een andere kant benadert.’
 
Plannen voor de toekomst?
‘Wij wachten op een telefoontje van een filmproducent met goede oren. Iedereen legt een link tussen onze muziek en film, al vanaf het eerste album. De nummers roepen onbewust beeld op. De vraag is dan ook wat er het eerst moet zijn: de film of de muziek?
‘Het album Transit Cellophane is gelukkig heel goed ontvangen door de pers en op de juiste plaatsen gedraaid. Toch is in Nederland pers en airplay niet genoeg. Wij moeten meer op de beeldbuis. Low-profile en underground heeft in Nederland ook z´n voordelen: we zijn nogal exclusief. Maar we willen ook volle theaterzalen in Maastricht en Den Helder, en niet alleen in obscure steden als Krakau of Karlshamn.
‘In de tussentijd blijven de nummers komen, in ons eigen geconcentreerde tempo. Het is inmiddels toch een soort stoelgang geworden. En van constipatie is nog nooit iemand blij geworden, dus zullen ze op z’n laatst in 2004 met behulp van Hessel hun uiteindelijke vorm krijgen.’•

Music Maker, oktober 2003

2003 mar NL - HP/De Tijd

Verlangen, dromen, geheimen
Verlangen, dromen, geheimen: het zit allemaal in de muziek van Nighthawks at the Diner. Je kunt het hebben over de fascinerende teksten, over de veelheid aan instrumenten, over de virtuositeit waarmee die bespeeld worden, over de stem van de zanger, maar misschien gaat het toch vooral om de sfeer. Ik besef meteen dat wanneer ik morgen weer naar Nighthawks at the Diner luister, graag, dat de sfeer weer een ander verhaal losmaakt of een andere herinnering. Maar er gebeurt iets. Hoe dan ook. Zulke muziek.
Thomas Verbogt - HP/De Tijd mrt 2003

2003 feb NL - Music Maker

NATD's Sturm und Drang
Andermaal een juweeltje van Nighthawks at the Diner. Een melancholiek, dromerig, Waitsiaans werk, getiteld Transit Cellophane. Dit keer weer geheel zelf geproduceerd en dat is fantastisch gedaan. Afwisselend en sfeervol en zowel tekstueel als muzikaal interessant, met enkele voor de popmuziek niet zo gebruikelijke instrumenten. Zo hoor ik de theremin en mijn favoriet, de cello voorbijkomen in The Waltzes, The Polkas, And The Sad Songs en soleert de klarinet in het prachtige zeemanslied If We Get Back Home. I'm A Stranger Here Myself en Junie Needs A New Pair Of Shoes roepen weer beelden op van oude westerns, of films van Quentin Tarantino.
Elk nummer is een verhaal op zich en pure Sturm und Drang. Bassist Bob Wisselink verdient een compliment voor zijn arrangement voor het instrumentale The blue light. Magistraal.
Music Maker, februari 2003

2003 dec NL - Het Parool

Een haast onbeschrijflijk mooie avond

Het is de ochtend na het optreden van Nighthawks at the Diner, gisteren in het Parool Theater. En terwijl dit stukje wordt geschreven, klinkt op de achtergrond de stem van zanger Rood, op hun nieuwe cd Transit Cellophane. Sinds enige tijd behoren de Nighthawks voor mij tot de Hollandse top. Een poos terug speelden ze op het podium van het Rotterdamse Luxor Theater, na de première van Ernst Daniël Smids Masqué. ''Daar moet je eens wat mee doen, met die jongens,'' vond de zanger. En hij had gelijk.
Ondanks dat er stevig door hun muziek werd heengekletst ­- het was tenslotte een feestje -­ bleef hun sound ijzersterk overeind. Een vleugje Tom Waits (naar wiens Nighthawks at the Diner de band is vernoemd) en volgens anderen een onsje Chris Rea en John Cale. Allemaal waar. Maar met de doorrookte stem van zanger Rood (asbak onder handbereik) en de overige, fantastische, bandleden creëren de nachthaviken ook een heel eigen geluid.
''Mooier nog dan Waits,'' meende een bezoekster, die de band gisteren voor het eerst hoorde. 'Verlangen, dromen, geheimen, het zit allemaal in hun muziek,' zo beschreef Thomas Verbogt het enkele maanden terug in HP/De Tijd. Weer een ander probeerde de Nighthawks te vangen in de omschrijving: 'een sfeer van Berlijn jaren dertig'.
Maar de mannen van de Nighthawks komen natuurlijk het best tot hun recht als je hen hóórt. Zoals gisteren, toevallig een avond nadat een andere fan, Ernst Daniël Smid, bij ons te gast was. Beiden als voorproefje op aanstaande Amsterdam-concerten: Smid de 17de in het Nieuwe de la Mar, de Nighthawks enkele dagen eerder, op de 11de, in het Plein Theater.
Vooraf veranderden ze het Parool Theater in een eenbeetje rokerige, donkere nachtclub; zo'n club waar je tot in de late uurtjes wilt blijven hangen en luisteren. Maar de Nighthawks moesten nog uitvliegen naar verre oorden. Al kroop Rood, nadat de allerlaatste bezoeker was vertrokken, toch nog even achter de piano. Het was, kortom, een haast onbeschrijflijk mooie avond.
© Corrie Verkerk - Het Parool, 03 december 2003

2003 dec NL - BN/De Stem

'Verlangen maakt wie je bent'

De groep Nighthawks At The Diner speelt vanavond in C.C. Van Gogh in Zundert. Deze groep virtuoze muzikanten adopteerde de titel van de derde lp van Tom Waits (uit 1975) als groepsnaam. Dat getuigt niet alleen van smaak, het bewijst tevens dat zij het lef hebben de lat voor zichzelf erg hoog te leggen. 

Zelfoverschatting? Geenszins. Het beluisteren van de vorig jaar verschenen, terecht luid bejubelde, cd Transit Cellophane, geeft een huiskamer wel degelijk de sfeer van een rokerige kroeg in een minder frisse wijk na middernacht mee. De liefde voor Waits, zijn teksten en de diversiteit van zijn muzikale kaders is oprecht. De Nighthawks putten inspiratie uit het oeuvre van het fenomeen, maar willen absoluut geen blauwdruk zijn van de beroemde schorre man. De vijf heren van Nighthawks At The Diner hebben wat dat betreft geen spijt van de groepsnaam. Zanger/toetsenist en medecomponist Rood legt uit dat de ‘ongeorganiseerde gelegenheidsbende’ in 1994 voor de aankondiging van een concert plots een naam moest verzinnen.
‘Omdat we werk van Waits brachten, lag die naam voor de hand. Achteraf soms lastig, omdat het ‘hokjesdenken’ in de hand werkte, maar het past wel bij ons repertoire. Waits is het levende bewijs dat één musicus zich in allerlei stijlen kan uitdrukken. Zijn werk is puur, organisch en melodieus te noemen. Het enige element dat bij hem werkelijk onveranderlijk is, is zijn manier van tekstschrijven.
‘Waits wordt vaak in een adem genoemd met Jack Kerouac (schrijver van het voor velen inspirerende boek On The Road. WJ). Beschouwend, observerend, beschrijvend. Streetlife en onderbuik. Echte beatnikfans vinden Waits te romantisch, maar hij houdt die typisch Amerikaanse stijl wel in stand. Zijn latere poëzie is vaker gerelateerd aan bestaande verhalen of sprookjes. Er zit een gezonde berusting in en een enorme liefde voor kleine dingen. Vrij van platitudes, vrij van kitsch. Waits heeft een natuurlijke, vrije manier van componeren. Hij werkt zonder het doel voor ogen te hebben. Daarin zie ik de verwantschap tussen Nighthawks At The Diner en Waits duidelijk.
‘Er zijn ook grote verschillen. Wij schrijven met meerderen. Daardoor zijn we per album wellicht nog iets eclectischer. Bovendien sijpelen er her en der ook wat meer ‘Europese wendingen’ in.’
 
Zelfstandiger
De muziek van Nighthawks At The Diner heeft zich in de loop der jaren steeds zelfstandiger ontwikkeld. De muziek creëert een geheel eigen stemming en lijkt door een aantal technisch vergevorderde muzikanten puur op het gevoel gemaakt.
Rood: ‘Techniek en gevoel bijten elkaar niet. Wellicht kun je door instrumentbeheersing dichter bij je gevoel blijven. Mits de irritante neiging onderdrukt kan worden om als een hondsdol konijn gedwongen virtuoos te gaan doen. Alles met mate, zelfs het gevoel. Onze muziek is de laatste jaren zowel kleiner als groter geworden. De ballads, en andere nummers met kleine bezetting zijn verfijnder geworden. Er zit meer rust in. Terwijl van de andere kant de theatrale werken steviger zijn geworden en meer pieken bevatten. Meer dynamiek voor hetzelfde geld, dus.’
Een aantal tracks van het derde album Transit Cellophane bezitten nog passages die de gedachte aan Waits levendig oproepen. Er zitten echter ook uitermate geslaagde stukjes New Orleans, Kurt Weill, Europese volksmuziek, rokerige jazz, walsjes, blues en flarden Calexico in. Maar dan wel met zoveel eigen kracht gebracht dat de muziek van Nighthawks At The Diner zeker binnen Nederland geheel op zichzelf staat.
Rood legt uit hoe dat mogelijk is. ‘De nummers ontstaan uit een lick, een ritme, een melodietje of één raar akkoord. Soms zelfs door de belachelijke klank van een instrument zelf. Dat blijft de pret van muziek maken: je kunt jezelf steeds verrassen. Soms past de tekst bij de sfeer die de muziek oproept, soms vice versa. Ieder nummer heeft wat dat betreft zijn eigen historie. Omdat Nighthawks At The Diner goede improvisatoren herbergt, borrelen de verschillende ideeën voor een nummer vanzelf tijdens het spelen vanzelf op. Vóór het opnemen van een album zijn de beste combinaties hopelijk boven komen drijven. Dat lukt niet altijd, soms levert live nog mooiere momenten op. We hoeven gelukkig geen imago hoog te houden. We staan niet verplicht met een geforceerde stoere blik op het podium. Daardoor is de individuele vrijheid vrijwel optimaal. Natuurlijk werken we met arrangementen, maar ook die zijn niet zaligmakend. En meestal ontbreekt de setlijst of we houden ons er niet aan. We vertrouwen er maar op dat het goed komt. Het heeft tot nog toe altijd goed uitgepakt. Afkloppen maar.
‘Ook voor het nieuwe werk, waar we ook in Zundert wat van zullen spelen bestaat nog geen duidelijk referentiekader. En dat hoeft ook niet. Als ik Transit Cellophane uit 2002 nu beluister, krijg ik vijftig kleuren op mijn netvlies. Zonder referentie kun je jezelf blijkbaar nog verrassen.
‘Inspiratie voor teksten haal ik uit het verleden. Waar anders? Alle dingen die een bewuste indruk maakten, zijn gebeurtenissen van vroeger. Ook melancholie is verbonden aan verleden. Het is met terugwerkende kracht verlangen. Dat verlangen maakt wie je bent. Het is jouw context. Het zijn geen ouwe koeien, maar is de brandstof van nu.
‘Waarom melancholie vaak de boventoon voert? Omdat het een sterke emotie is. Als liefde en lijden het leven maken tot wat het is, zit melancholie op het midden van de wip van het leven.’
De muziek van de groep is erg populair in het buitenland. Hoe druk het in Zundert wordt, blijft afwachten, maar in obscure steden als Krakau of Karlshamn trekt de band volle zalen.
 
Mooie dingen
Rood: ‘Het zijn landen waarin het gevoel voor esthetiek nog sterk leeft. Men loopt in Scandinavië en voormalige Oostbloklanden graag warm voor mooie dingen. In Polen schrijven heel veel mensen poëzie. Ook meer mensen bespelen een instrument op een serieuze manier. Zelfs in barre tijden bloeien daar de kunsten. Hier lijken de kunsten weggelegd voor een kleine groep mensen. Elitair eigenlijk, en typisch Nederlands.
‘Echt Nederlandse muziek wordt toch nauwelijks gespeeld? Nederlandstalig wel, maar wij hebben niet echt een traditie wat componeren betreft. Wij Nederlanders fungeren al sinds jaar en dag als wereldburgers: we zijn meer een doorgeefluik van muziek van over de hele wereld. En daarom zijn we niet minder puur. Een goede kok hoeft zelf geen groente te verbouwen, en een goede ruiter hoeft geen paardenfokker te worden.’

BN/De Stem vrijdag 19 december 2003